ECLI:NL:RBNHO:2025:10190

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
3 september 2025
Zaaknummer
11426850 \ CV FORM 24-8471
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Artikel 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek passagiers wegens buitengewone omstandigheden vertraging vlucht

De passagiers hebben compensatie geëist van de vervoerder vanwege een vertraagde vlucht op 17 januari 2024, waardoor zij een aansluitende vlucht misten en met meer dan 24 uur vertraging op de eindbestemming aankwamen. De vervoerder verweerde zich met het argument dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk latere vertrektijden opgelegd door de luchtverkeersleiding aan meerdere vluchten in de rotatie.

De kantonrechter stelde vast dat de vervoerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vertraging grotendeels voortkwam uit deze buitengewone omstandigheden, die niet inherent zijn aan de bedrijfsvoering en waarop de vervoerder geen invloed heeft. Tevens werd onderbouwd dat er geen eerdere alternatieve vluchten beschikbaar waren om de passagiers eerder te vervoeren.

De passagiers konden niet aantonen dat de vervoerder onvoldoende redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken. Daarom werd het compensatieverzoek afgewezen en werden de proceskosten aan de passagiers opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek tot compensatie wordt afgewezen wegens bewezen buitengewone omstandigheden en het ontbreken van eerdere alternatieve vluchten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11426850 \ CV FORM 24-8471
Uitspraakdatum: 3 september 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air France
gevestigd te Roissy, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kortDe passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor hebben zij een overstap op een aansluitende vlucht gemist en zijn zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding aan zowel voorgaande vluchten als de vlucht in kwestie. Het verweer van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen eerdere alternatieve vluchten beschikbaar waren. Daarom wordt het verzoek van de passagiers afgewezen.

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het antwoordformulier (formulier C).

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 17 januari 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Parijs, Frankrijk, naar Caïro, Egypte, met vluchtcombinatie KL2013 (die ook met vluchtnummer AF1741 werd uitgevoerd) en KL2360.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht KL2013 van Amsterdam naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 145,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij stelt dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen. [3]
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Parijs – Amsterdam – Parijs (vluchtnummers AF1749 en AF1741). Voorafgaand aan deze rotatievlucht moest het toestel dat de vlucht uitvoerde, eerst de rotatievlucht Parijs – Montpellier – Parijs uitvoeren (vluchtnummers AF7460 en AF7461). Vlucht AF7460 van Parijs naar Montpellier kreeg meermaals een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding. Daardoor is vlucht AF7460 met een vertraging van 1 uur en 13 minuten uitgevoerd. Deze vertraging werkte door op vlucht AF7461 van Montpellier naar Parijs. Vervolgens kreeg ook vlucht AF7461 een latere vertrektijd opgelegd, waardoor deze uiteindelijk met een vertraging van 1 uur en 37 minuten is aangekomen.
4.4.
Deze vertraging werkte door op vlucht AF1749 van Parijs naar Amsterdam. Daarna kreeg ook vlucht AF1749 een latere vertrektijd opgelegd, waardoor deze uiteindelijk met 2 uur en 36 minuten vertraging is uitgevoerd. Deze vertraging werkte op haar beurt weer door op de vlucht in kwestie, die daarna eveneens een (nog) latere vertrektijd kreeg van de luchtverkeersleiding. Dit alles heeft erin geresulteerd dat de vlucht in kwestie met een vertraging van 2 uur en 50 minuten is aangekomen. Hierdoor misten de passagiers de aansluitende vlucht naar Caïro. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar berichten van de luchtverkeersleiding en een vluchtschema.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat de vertraging van de vlucht in kwestie grotendeels het gevolg was van de doorwerking van de vertraging van voorgaande vluchten en dat deze vertraging werd veroorzaakt door latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Ook heeft hij voldoende onderbouwd dat de vertraging vervolgens is opgelopen doordat de vlucht in kwestie ook een vertrektijd kreeg opgelegd. Als een toestel een beperking krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist vanwege de vertraging van de vlucht in kwestie. Daarom was de langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.6.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Het Hof heeft geoordeeld dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als passagiers een dag later dan gepland aankomen met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. Het is in dat geval aan de vervoerder om te onderbouwen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd. [4]
4.7.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat de door de vervoerder aangeboden alternatieve vlucht in beginsel geen redelijke maatregel is. De vervoerder stelt echter dat er geen eerdere alternatieve vlucht beschikbaar was omdat er maar een beperkt aantal vluchten tussen Parijs en Caïro worden uitgevoerd. Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht naar de eindbestemming. De passagiers hebben ook anderszins niet betwist dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Dit betekent dat het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van deze beschikking;
5.3.
verklaart deze beschikking – wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.
4.HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.