ECLI:NL:RBNHO:2025:10210
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na aantreffen handelshoeveelheid drugs ondanks onwetendheid huurder
Een verhuurder vordert ontruiming van een woning waarin een handelshoeveelheid drugs en aan drugshandel gerelateerde goederen zijn aangetroffen. De huurder betwist dit en stelt dat haar zoon verantwoordelijk is en zij niets wist van de illegale activiteiten. De burgemeester sloot de woning op grond van artikel 13b Opiumwet voor zes maanden, waarna de verhuurder de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbond.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder onvoldoende toezicht heeft gehouden op wat haar zoon in de woning deed, ondanks haar bewering van onwetendheid. De omvang en verspreiding van de drugs en goederen in de woning, de antecedenten van de zoon en het feit dat hij vaak thuis was, rechtvaardigen een verzwaarde toezichtplicht. De verhuurder mocht daarom gebruik maken van haar wettelijke ontbindingsbevoegdheid.
De belangen van de verhuurder bij bestrijding van drugshandel en het handhaven van leefbaarheid in de wijk wegen zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning. Wel wordt rekening gehouden met de gevolgen voor de huurder en haar kinderen door een ontruimingstermijn van zes maanden toe te kennen. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van een gebruiksvergoeding en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en de huurder moet binnen zes maanden de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen.