ECLI:NL:RBNHO:2025:10297

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
8 september 2025
Zaaknummer
R.15/25/142
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 FaillissementswetArt. 288 FaillissementswetArt. 289 FaillissementswetArt. 290 FaillissementswetArt. 291 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating schuldenares tot wettelijke schuldsaneringsregeling met verlenging looptijd

Schuldenares verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank beoordeelde of zij voldeed aan de wettelijke eisen en of een eerdere ingangsdatum van de wsnp kon worden vastgesteld.

De rechtbank constateerde dat schuldenares niet voltijds had gewerkt, maar desondanks meer had afgedragen dan op basis van haar afloscapaciteit verwacht mocht worden. Hierdoor werd het tekort aan gewerkte uren gecompenseerd. De wsnp-termijn werd vastgesteld op 18 maanden vanaf 30 januari 2024, met een verlenging van zes maanden tot 26 februari 2026 om de bewindvoerder voldoende tijd te geven voor de afronding.

Hoewel schuldenares schulden had die niet te goeder trouw waren ontstaan, zoals een schuld aan het CJIB en de Belastingdienst, achtte de rechtbank aannemelijk dat zij de omstandigheden die tot deze schulden leidden onder controle had gekregen. Zij had haar onderneming beëindigd en werkte in loondienst, waardoor nieuwe schulden werden voorkomen.

Schuldenares werd vanaf 26 augustus 2025 vrijgesteld van de aflosverplichting, maar moest zich blijven houden aan medewerkings- en informatieplichten. De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en bewindvoerder voor de duur van de regeling.

Tegen de beslissing over de looptijd kon binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Schuldenares wordt toegelaten tot de wsnp met terugwerkende kracht en de looptijd wordt verlengd tot 26 februari 2026.

Uitspraak

VONNIS TOELATING WSNP

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/366523 FT RK 25/444
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/25/142
uitspraakdatum: 26 augustus 2025
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)
geboren op: [geboortedatum] 1983 te [plaats 1]
wonende te: [plaats 2]
schuldhulpverlener: Kredietbank Nederland.

1.Samenvatting

Schuldenares heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenares voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank laat schuldenares met ingang van datum 26 augustus 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 30 januari 2024. De rechtbank verlengt de looptijd van de regeling tot 26 februari 2026. De rechtbank stelt schuldenares vanaf 26 augustus 2025 vrij van de verplichting tot afdracht aan de boedel en van haar inspanningsverplichting.

3.Gevolgen voor schuldenares

  • Schuldenares moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn.
  • Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
  • Als schuldenares zich aan alle verplichtingen houdt, komt zij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenares zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenares dan weer tot betaling dwingen.

4.Redenen voor deze beslissing

  • Om toegelaten te kunnen worden tot de wsnp moet voldoende aannemelijk zijn dat schuldenares bij het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de afgelopen drie jaar te goede trouw is geweest.
  • De rechtbank stelt vast dat de schuld van schuldenares aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) ad € 2.877,00 niet te goeder trouw is ontstaan. Tevens heeft schuldenares een schuld aan de Belastingdienst, die – onder andere – betrekking heeft op het onbetaald laten van de omzetbelasting. Over de periode van de afgelopen drie jaar gaat het om een bedrag van € 8.921,00. Omzetbelasting is een belasting waarvoor de ondernemer slechts als doorgeefluik fungeert. Door enerzijds wel BTW te incasseren, en anderzijds die geïncasseerde bedragen niet af te dragen aan de Belastingdienst, is schuldenaar niet te goeder trouw geweest.
  • Schuldenares kan toch worden toegelaten tot de wsnp als voldoende aannemelijk is dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het laten ontstaan of onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen.
  • De rechtbank is van oordeel dat daarvan sprake is en zal schuldenares daarom toelaten tot de wsnp. Reden daarvoor is dat thans voldoende aannemelijk is dat inmiddels sprake is van een stabiele situatie en dat schuldenares geen nieuwe schulden meer zal maken. Schuldenares heeft weliswaar nog een auto, maar de afgelopen twee jaar heeft zij geen nieuwe verkeersovertredingen begaan. Op de zitting heeft schuldenares er blijk van gegeven dat zij zich ervan bewust is dat zij geen nieuwe verkeersboetes moet oplopen omdat dat gevolgen kan hebben voor haar schuldsaneringsregeling. Daarnaast heeft schuldenares haar onderneming als zelfstandige inmiddels beëindigd en werkt zij in loondienst, zodat aannemelijk is dat zij geen nieuwe schulden in het kader van de omzetbelasting zal maken.
 Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 [1] zal de rechtbank (ambtshalve) onderzoeken of er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de wsnp te bepalen dan het moment waarop de wsnp met dit vonnis wordt toegepast.
 Vanaf januari 2024 heeft schuldenares in het minnelijke voortraject maandelijks afgelost ten behoeve van haar schuldeisers. Schuldenares heeft in minnelijk traject niet voltijds arbeid verricht, maar 32 uur per week, en zij heeft niet aanvullend gesolliciteerd. Schuldenares heeft, ondanks dat zij niet voltijds heeft gewerkt, in totaal meer afgedragen dan met haar afloscapaciteit op basis van het vrij te laten bedrag (vtlb) had moeten doen. De rechtbank stelt vast dat schuldenares daarmee hetgeen zij meer had kunnen verdienen als zij voltijds (minimaal 36 uur per week) zou hebben gewerkt, voldoende heeft gecompenseerd, ook omdat zij met haar laatste afdracht in juli 2025 inmiddels gedurende 19 maanden heeft gespaard (in plaats van 18 maanden gedurende de standaardtermijn van 18 maanden in het minnelijke traject en de wsnp). De rechtbank zal daarom het begin van de looptijd van de wsnp bepalen op 30 januari 2024 (datum eerste aflossing) zonder het tekort aan gewerkte uren in de lengte van de termijn te compenseren.
 De wsnp duurt standaard 18 maanden te rekenen vanaf 30 januari 2024. Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Hoge Raad volgt dat na het materiële einde van de wsnp enige tijd nodig is om de regeling ook formeel te laten eindigen, en dat de wsnp daarom vanaf de uitspraak in beginsel tenminste zes maanden moet worden toegepast. De rechtbank zal de looptijd van de regeling daarom verlengen tot 26 februari 2026. De bewindvoerder is hierdoor voldoende in de gelegenheid de benodigde werkzaamheden te verrichten. Nu het er vooralsnog voor gehouden moet worden dat schuldenares zich in het minnelijk voortraject al voldoende heeft gehouden aan de aflosverplichting zoals die geldt in de wsnp, hoeft zij zich vanaf 26 augustus 2025 daaraan niet meer te houden. Schuldenares zal zich dan nog wel moeten blijven houden aan de medewerkings- en informatieplichten tegenover de bewindvoerder.

5.Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • Het verzoekschrift
  • De aantekeningen van de zitting die op 21 augustus 2025 plaatsvond. Op deze zitting is schuldenares, bijgestaan door de schuldhulpverlener van de Kredietbank Nederland, [betrokkene], verschenen.

6.Andere gevolgen van dit vonnis

  • De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.W. Koenis
  • De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
[bewindvoerder]
 De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
 De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenares en mag deze inzien.

7.Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter