ECLI:NL:RBNHO:2025:10346
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening woningurgentie voor thuiskomst minderjarige zoon
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor urgentie om met voorrang in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning in Bloemendaal, welke door het college is afgewezen. Haar oudste zoon verblijft in een GGZ-instelling en kan niet thuis wonen vanwege de ongeschiktheid van de huidige woning. De behandelaren van de zoon hebben een brief geschreven waarin zij aangeven dat een veilige woonruimte noodzakelijk is voor zijn terugplaatsing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang bij het verkrijgen van een geschikte woonruimte, mede gezien het verwachte tijdsverloop van het bezwaar en nader medisch onderzoek. Het bezwaar heeft een redelijke kans van slagen omdat het college het onderzoek en de motivering van de afwijzing onvoldoende acht.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verzoekster wordt behandeld alsof zij in het bezit is van een urgentieverklaring, tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het griffierecht aan verzoekster vergoed. Deze maatregel maakt het mogelijk dat de zoon van verzoekster spoedig kan terugkeren naar het gezin in een passende woonruimte.
Uitkomst: Verzoekster wordt behandeld als ware zij in het bezit van een urgentieverklaring tot zes weken na beslissing op bezwaar.