Partijen zijn buren met percelen aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats 1]. De rechtbank stelde in een eerder vonnis vast dat een deel van het metalen draaihek en de besturingskast zich op het perceel van gedaagde bevinden en veroordeelde eiser tot verwijdering binnen veertien dagen. Gedaagde liet dit vonnis betekenen en dreigde zelf tot verwijdering over te gaan indien eiser dit nalaat.
Eiser vordert in kort geding een verbod voor gedaagde om het hek te verwijderen totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist, stellende dat verwijdering leidt tot aanzienlijke schade en het hek noodzakelijk is voor de manege. Gedaagde vordert in reconventie dat eiser alsnog het hek verwijdert.
De voorzieningenrechter weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van eiser bij behoud van het hek zwaarder weegt dan het belang van gedaagde bij onmiddellijke verwijdering. Verwijdering is technisch lastig en brengt hoge kosten mee. Het vonnis van de rechtbank wordt niet als kennelijke misslag gezien. Daarom wordt gedaagde verboden het hek te verwijderen tot onherroepelijke beslissing in hoger beroep. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.