Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:10443

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
11415520
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004Artikel 5 lid 3 van de Verordening (EG) nr. 261/2004HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim passagiers wegens buitengewone omstandigheden annulering vlucht

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Amsterdam naar Orlando die door de vervoerder werd geannuleerd. Zij vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens deze annulering.

De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van orkaan Nicole, een buitengewone omstandigheid, en dat alle redelijke maatregelen waren genomen, waaronder het omboeken naar het eerstvolgende beschikbare alternatief. De passagiers betwistten dit en wezen op een vertraging van meer dan 24 uur.

De rechtbank stelde vast dat de vervoerder aannemelijk heeft gemaakt dat geen eerdere alternatieve vluchten beschikbaar waren en dat de vertraging ruim 30 uur bedroeg. De passagiers konden dit niet concreet weerleggen.

Daarom werd het beroep op buitengewone omstandigheden gegrond verklaard en de vordering afgewezen. De passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.W. Koenis en uitgesproken op 3 september 2025.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtannulering wordt afgewezen vanwege buitengewone omstandigheden en het nemen van alle redelijke maatregelen door de vervoerder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11415520 \ CV EXPL 24-8252
Uitspraakdatum: 3 september 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1]

2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Delta Air Lines Inc.
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. Als onbetwist is echter komen vast te staan dat de annulering van de vlucht het onvermijdelijke gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Daarnaast heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 11 november 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Orlando International Airport (Verenigde Staten), met vlucht DL37 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf de dag van annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Omdat niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd, moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2]
4.3.
De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van orkaan Nicole. De passagiers hebben dit niet betwist, zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt. Daarom slaagt het beroep op buitengewone omstandigheden.
4.4.
Tussen partijen is slechts in geschil of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te voorkomen. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de passagiers heeft omgeboekt op het eerstvolgende beschikbare alternatief. Hij heeft daarbij toegelicht dat hij gebruikmaakt van een automatisch boekingssysteem. Dit systeem kiest altijd de eerst beschikbare vlucht(en). Het sneller vervoeren van de passagiers was niet mogelijk, aldus de vervoerder. De passagiers betwisten dit en voeren aan dat zij met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen.
4.5.
Het is aan de vervoerder om in een dergelijk geval voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een alternatieve vlucht bestond die op een minder laat tijdstip aankwam. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen. [3]
4.6.
Als onbetwist staat vast dat de passagiers met een vertraging van ruim 30 uur in Orlando zijn aangekomen. De vervoerder heeft echter voldoende onderbouwd dat er geen eerdere alternatieve vlucht(en) van hemzelf of van andere luchtvaartmaatschappijen beschikbaar waren. De passagiers hebben in dit verband ook niets concreets aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.