ECLI:NL:RBNHO:2025:10446

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
11403578
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens geen sprake van rechtstreeks aansluitende vluchten

AirHelp vordert compensatie namens een passagier wegens vertraging van vlucht CD545 van Corendon Dutch Airlines, geboekt via Kiwi.com met een aansluitende vlucht van een andere maatschappij. De passagier had twee losse tickets met aparte boekingsnummers gekocht.

De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van 'rechtstreeks aansluitende vluchten' zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 261/2004, omdat de vluchten niet als één geheel zijn geboekt en niet door een reisbureau met één ticket zijn samengevoegd. De vertraging op de eerste vlucht leidt daarom niet tot compensatie.

AirHelp wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, terwijl de vordering tot compensatie wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wordt afgewezen omdat geen sprake is van rechtstreeks aansluitende vluchten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11403578 \ CV EXPL 24-8043
Uitspraakdatum: 3 september 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de vennootschap naar het recht harer vestiging
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde]

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft op Kiwi.com vliegtickets geboekt voor vervoer op 21 juni 2024 van Amsterdam via Ibiza (Spanje) naar Lissabon (Portugal). Het gaat daarbij om vlucht CD545 (uitgevoerd door de vervoerder) en VY3646 (uitgevoerd door Vueling).
2.2.
De vervoerder heeft vlucht CD545 (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd.
2.3.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00. [1]
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
In geschil is of sprake is van een ‘rechtstreeks aansluitende vlucht’. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Hiertoe wordt als volgt overwogen.
4.3.
Het Hof heeft geoordeeld dat voor de kwalificatie als ‘rechtstreeks aansluitende vluchten’ van belang is dat de vluchten in één boeking zijn aangekocht en één geheel vormen. Het begrip ‘rechtstreeks aansluitende vluchten’ kan ook betrekking hebben op vluchten die door verschillende luchtvaartmaatschappijen worden uitgevoerd en waartussen geen bijzondere rechtsverhouding bestaat, wanneer deze vluchten zijn samengevoegd door een reisbureau dat voor dit vervoer een totaalprijs in rekening heeft gebracht en één enkel ticket heeft uitgereikt. [2]
4.4.
In het onderhavige geval zijn de vluchten niet samengesteld door een reisbureau of touroperator. De passagier heeft op Kiwi.com twee losse tickets gekocht bij twee verschillende luchtvaartmaatschappijen. Kiwi heeft voor iedere vlucht een afzonderlijk ticket met apart boekingsnummer verstrekt (2234752 voor de CD545 en YJWRVW voor de VY3646). Het boekingsnummer van Kiwi is in dit kader van ondergeschikt belang. Om die reden kunnen de vluchten niet worden beschouwd als rechtstreeks aansluitend. Vast staat dat de passagier met een vertraging van minder dan drie uur is aangekomen op Ibiza. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.5.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt zij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.HvJEU 6 oktober 2022, C-436/21, ECLI:EU:C:2022:762.