Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
5. De rechtbank ziet dat als een kennelijke verschrijving en leest de tenlastelegging verbeterd.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Oplegging van een maatregel
7.Het beslag
8.Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
niet strafbaaren
ontslaat de verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging;
ter beschikkingwordt gesteld, en beveelt dat hij van
overheidswege wordt verpleegd;
€ 4.285,-(zegge: vierduizend tweehonderdvijfentachtig euro), bestaande uit € 385,- als vergoeding voor de materiële en € 3.900,- als vergoeding voor de immateriële schade;
[slachtoffer 2]toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2024;
[slachtoffer 2]gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
[slachtoffer 2], van een bedrag van € 4.285,- (zegge: vierduizend tweehonderdvijfentachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door maximaal 52 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, waarbij geldt dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 2]in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;
€ 1.250,-(zegge: duizend tweehonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade;
[slachtoffer 4]toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2024;
[slachtoffer 4]gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
[slachtoffer 4], van een bedrag van € 1.250,- (zegge: duizend tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door maximaal 22 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, waarbij geldt dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft; en
[slachtoffer 4]in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.