ECLI:NL:RBNHO:2025:10560

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
15 september 2025
Zaaknummer
11732935
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:511 lid 2 BWArt. 6:106 lid 1 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing materiële schadevergoeding wegens tekortkoming pakketreisovereenkomst

Eisers hebben een procedure aangespannen tegen Corendon International Travel B.V. wegens tekortkoming in de nakoming van een pakketreisovereenkomst. Corendon heeft nagelaten tijdig een getekend exemplaar van de conclusie van antwoord in te dienen, waardoor de inhoud daarvan buiten beschouwing is gelaten.

De rechtbank stelt vast dat Corendon haar informatieplichten heeft geschonden en daardoor aansprakelijk is voor de door eisers geleden materiële schade. De gevorderde schadevergoeding van € 4.474,55, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 februari 2025, wordt toegewezen. De gevorderde restitutie van de reissom wordt afgewezen omdat geen ontbinding van de overeenkomst is gevorderd of gebleken.

De vordering tot immateriële schadevergoeding wegens gederfde vakantievreugde en relationele strubbelingen wordt als kennelijk ongegrond afgewezen. Eveneens worden vorderingen tot vergoeding van juridische kosten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot het wettelijk maximum van € 692,67. Corendon wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 807,47 en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Corendon wordt veroordeeld tot betaling van materiële schadevergoeding, incassokosten en proceskosten, terwijl restitutie en immateriële schadevergoeding worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11732935 \ CV EXPL 25-3456
Vonnis van 17 september 2025
in de zaak van

1.[eiser 1],2. [eiser 2],

beiden te [plaats],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers]
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
CORENDON INTERNATIONAL TRAVEL B.V.,
te Badhoevedorp,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Corendon,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de rolbeslissing van 6 augustus 2025.
1.2.
Corendon heeft, hoewel daartoe naar behoren in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd op de rolbeslissing van 6 augustus 2025.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eisers] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd
2.2.
Bij rolbeslissing van 6 augustus 2025 heeft de kantongriffie vastgesteld dat Corendon haar conclusie van antwoord niet heeft ondertekend en is Corendon in de gelegenheid gesteld dit te herstellen en (alsnog) een getekend exemplaar van deze conclusie in het geding te brengen. Corendon heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Dit leidt er in elk geval toe dat op de inhoud van de conclusie van antwoord geen acht geslagen zal worden.
2.3.
De kantonrechter heeft ook geen acht geslagen op het e-mailbericht van [eisers] van 26 augustus 2025, omdat het tussen partijen gevoerde debat op dat moment al was gesloten.
Materiële schadevergoeding en restitutie
2.4.
[eisers] stelt dat Corendon in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende informatieplichten en daarmee tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de pakketreisovereenkomst. Aangezien Corendon dit niet (door middel van een ondertekende conclusie) heeft betwist, zal de kantonrechter het door [eisers] gestelde als vaststaand aannemen. Corendon is daarom gehouden op grond van artikel 7:511 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de door [eisers] geleden (gevolg)schade te vergoeden. Het bedrag van € 4.474,55, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2025 tot aan de dag van betaling, zal aldus worden toegewezen.
2.5.
Het voorgaande brengt echter niet mee dat Corendon óók de voor de pakketreis betaalde reissom moet restitueren. Het is immers niet gebleken dat [eisers] de pakketreisovereenkomst heeft ontbonden en dat is ook niet gevorderd. Deze vordering komt de kantonrechter ongegrond voor en zal daarom worden afgewezen.
Immateriële schadevergoeding
2.6.
De grondslag voor immateriële schadevergoeding is artikel 6:106 lid 1 BW Pro. De gederfde vakantievreugde en relationele strubbelingen van [eisers] vallen niet onder één van de situaties zoals deze in de wet staan beschreven. De vordering van € 1.500,00 aan immateriële schadevergoeding is kennelijk ongegrond en zal daarom worden afgewezen.
Juridische kosten
2.7.
[eisers] heeft niet gesteld en toegelicht op grond waarvan aanspraak wordt gemaakt op vergoeding van de kosten naast de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, zodat ook deze vordering als kennelijk ongegrond zal worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.8.
[eisers] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eisers] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eisers] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk
€ 692,67 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen.
Proceskosten
2.9.
Corendon is (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van de gebruikelijke staffels voor proceskosten. De (totale) proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
271,00
(1 punt × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
807,47
3. De beslissing
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt Corendon om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 4.474,55, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 24 februari 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt Corendon om aan [eisers] te betalen een bedrag van
€ 692,67 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt Corendon in de proceskosten van € 807,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Corendon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.
De griffier De kantonrechter