ECLI:NL:RBNHO:2025:10573

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 september 2025
Publicatiedatum
15 september 2025
Zaaknummer
11445019 \ CV EXPL 24-4180
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:127 lid 2 BWArt. 6:136 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling eigen risico basisverzekering en afwijzing tegenvordering zorgverzekerde

In deze civiele procedure vordert Zilveren Kruis betaling van het eigen risico voor de basisverzekering over de jaren 2021, 2022 en 2024, inclusief een klein bedrag voor een apotheekverstrekking. Gedaagde erkent de verschuldigdheid van het eigen risico, maar stelt dat een deel al is betaald en beroept zich op verrekening met een tegenvordering voor kosten gerelateerd aan medische behandelingen in Duitsland.

De kantonrechter stelt vast dat gedaagde een bedrag van € 99,75 reeds heeft betaald, wat wordt erkend en geaccepteerd. Het beroep op verrekening met een bedrag van € 285,25 faalt omdat gedaagde onvoldoende bewijs levert dat hij een opeisbare vordering op Zilveren Kruis heeft. De overige verweren en het verrekenverweer slagen niet.

De tegenvordering van gedaagde van ruim € 6.800,- voor reiskosten, verblijfkosten en eigen bijdragen wordt afgewezen omdat deze onvoldoende is geconcretiseerd en onderbouwd. Gedaagde slaagt er niet in aan te tonen dat hij recht heeft op vergoeding, bijvoorbeeld door het ontbreken van machtiging voor vervoer en bewijs van gemaakte kosten.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van € 1.066,57 aan Zilveren Kruis, verminderd met reeds betaalde bedragen, en wijst de tegenvordering af. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van beide partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.066,57 aan Zilveren Kruis en de tegenvordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11445019 \ CV EXPL 24-4180 (BvdL)
Vonnis van 10 september 2025
in de zaak van
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
te Utrecht,
eisende partij,
verwerende partij tegen de tegenvordering,
hierna te noemen: Zilveren Kruis,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
eisende partij met een tegenvordering,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert een zorgverzekeraar betaling van het eigen risico voor de basisverzekering. Gedaagde erkent dat hij dit eigen risico verschuldigd is, maar zegt dat hij een deel van de vordering al heeft betaald en beroept zich verder op verrekening met vorderingen die hij stelt op de zorgverzekeraar te hebben. De kantonrechter wijst de vordering van de zorgverzekeraar toe, met uitzondering van het bedrag waarvan gedaagde heeft aangetoond dat dit al betaald is. Het verdere verweer en het verrekenverweer slagen niet. De kantonrechter wijst de tegenvordering van gedaagde af, omdat deze op alle onderdelen onvoldoende is geconcretiseerd en onderbouwd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de conclusie van antwoord met eis in reconventie, het aanvullende antwoord en producties
- het tussenvonnis van 19 februari 2025
- de akte van Zilveren Kruis met aanvullende producties
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarvan een verkort proces-verbaal is opgemaakt
- de e-mails van [gedaagde] van 17 juni en 13 juli 2025 met aanvullende producties
- de akte van Zilveren Kruis met aanvullende producties
- de antwoordakte van [gedaagde] met aanvullende producties
- de antwoordakte van Zilveren Kruis met aanvullende producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] is verzekerd tegen zorgkosten bij Zilveren Kruis. Hij heeft een basisverzekering met een verplicht eigen risico van € 385,00 per jaar.

3.Het geschil

de vordering
3.1.
Zilveren Kruis vordert betaling van een bedrag van € 1.166,32. Dit bedrag bestaat uit het eigen risico van € 385,00 per jaar over de jaren 2021, 2022 en 2024, en een eigen risico van € 11,32 voor een apotheekverstrekking op 14 december 2023. De vordering tot betaling van wettelijke rente heeft Zilveren Kruis op de zitting ingetrokken.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. Hij vindt dat de vordering van Zilveren Kruis moet worden afgewezen. [gedaagde] voert daarvoor – samengevat – het volgende aan in zijn schriftelijke antwoord. Het eigen risico van € 385,00 over 2024 is betaald. Over 2023 is er geen betaalachterstand, voor 2022 ontbreekt een specificatie en over 2021 is afgesproken dat de vordering is erkend zonder bijkomende kosten. Verder stelt [gedaagde] dat hij een tegenvordering heeft op Zilveren Kruis van € 6.349,40 voor reiskosten, verblijfkosten en eigen bijdragen die verband houden met geneeskundige behandelingen in 2018 en 2019 in Duitsland. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] zich beroept op verrekening van deze tegenvordering met de vordering van Zilveren Kruis.
de tegenvordering
3.3.
[gedaagde] vordert in zijn antwoord betaling van het hiervoor genoemde bedrag van € 6.349,40. In zijn antwoordakte na de zitting vermeerdert [gedaagde] zijn tegenvordering met een bedrag van € 511,05.
3.4.
Zilveren Kruis voert verweer en vindt dat de vordering van [gedaagde] moet worden afgewezen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

de vordering
4.1.
Zilveren Kruis vordert in deze zaak betaling van € 1.166,32 voor eigen risico van zorgkosten over de jaren 2021 tot en met 2024. [gedaagde] betwist op zichzelf niet dat hij dit eigen risico aan Zilveren Kruis verschuldigd is, zodat het uitgangspunt is dat [gedaagde] de gevorderde bedragen aan haar moet betalen.
4.2.
De kantonrechter heeft op de zitting vastgesteld dat het verweer van [gedaagde] ziet op het eigen risico van (alleen) € 385,00 over 2024. [gedaagde] stelt dat dit eigen risico is betaald, deels door verrekening met een bedrag van € 285,25 en deels door betaling van € 99,75.
4.3.
Het verweer van [gedaagde] dat al een bedrag van € 99,75 in mindering is betaald, slaagt. [gedaagde] onderbouwt deze stelling met een bankafschrift waaruit blijkt dat Stichting Monticchiello dit bedrag op 9 december 2024 aan Zilveren Kruis heeft betaald met de vermelding dat het gaat om een derdenbetaling ten gunste van [gedaagde] voor eigen risico 2024. Op de zitting heeft de gemachtigde Zilveren Kruis bevestigd dat Stichting Monticchiello gemachtigd is om namens [gedaagde] met haar te communiceren, maar te moeten navragen of Zilveren Kruis die betaling kan traceren. In de aktes na de zitting heeft Zilveren Kruis niet meer gereageerd op de door [gedaagde] gestelde en onderbouwde betaling. Daarmee neemt de kantonrechter deze betaling als vaststaand aan, zodat van de vordering een gedeelte van € 99,75 wordt afgewezen.
4.4.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn stelling dat de rest van het eigen risico 2024 is betaald door verrekening met een onrechtmatig geïncasseerd bedrag van € 285,25. Voor een geslaagd beroep op verrekening is vereist dat [gedaagde] een vordering op Zilveren Kruis heeft waarvan hij betaling kan afdwingen. [1] De vordering moet opeisbaar zijn. Het ligt dus op de weg van [gedaagde] om voldoende informatie en bewijs te verstrekken, waarmee kan worden vastgesteld dat hij een opeisbare vordering heeft op Zilveren Kruis. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. Tussen partijen staat vast dat de SVB op 23 januari 2024 een bedrag van € 285,25 uit het inkomen van [gedaagde] heeft afgedragen aan Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft gedetailleerd toegelicht en onderbouwd dat het gaat om de laatste afdracht uit het derdenbeslag dat rechtmatig is gelegd voor een eerdere vordering die is toegewezen in een vonnis van 17 maart 2021 en waarvan nog € 225,80 openstond. Die oude vordering is met de afdracht op 23 januari 2024 volledig voldaan, het beslag is opgeheven en het teveel afgedragen bedrag van € 59,45 is op 2 februari 2024 gerestitueerd aan de SVB met de mededeling ‘teveel afgedragen beslag retour’ onder vermelding van het dossiernummer en BSN van [gedaagde] , aldus Zilveren Kruis. [gedaagde] heeft tegenover dit gemotiveerde standpunt van Zilveren Kruis onvoldoende aangevoerd. [gedaagde] stelt dat bij de afdracht door de SVB zijn beslagvrije voet niet is gerespecteerd. Maar zelfs als dit het geval is geweest, wat Zilveren Kruis gemotiveerd betwist, dan heeft [gedaagde] niet duidelijk gemaakt waarom dit zou meebrengen dat hij een opeisbare vordering van € 285,25 op Zilveren Kruis heeft gekregen. Het beroep op verrekening kan dus niet slagen.
4.5.
De stelling van [gedaagde] dat hij de restitutie van € 59,45 niet heeft ontvangen is voor de beoordeling van de vordering van Zilveren Kruis niet relevant. De kantonrechter is van oordeel dat Zilveren Kruis met de overgelegde schermprints [2] en de nadere toelichting daarop [3] voldoende heeft onderbouwd dat zij het bedrag ten behoeve van [gedaagde] aan de SVB heeft gerestitueerd. Zilveren Kruis stelt zich terecht op het standpunt dat de vraag of de SVB het bedrag van € 59,45 vervolgens heeft uitbetaald aan [gedaagde] een kwestie is tussen [gedaagde] en de SVB.
4.6.
In zijn antwoordakte na de zitting maakt [gedaagde] nog bezwaar tegen rente en kosten die volgens de specificatie van Zilveren Kruis deel uitmaken van haar vordering in de eerdere zaak. [gedaagde] vindt dat die vordering moet worden verminderd met € 578,47. Maar [gedaagde] verbindt hieraan geen rechtsgevolg, en die eerdere zaak ligt niet ter beoordeling voor. Bovendien heeft Zilveren Kruis in haar antwoordakte de betreffende posten nader toegelicht en onderbouwd. Voor zover [gedaagde] hiermee bedoeld heeft verweer te voeren tegen de vordering waarover nu moet worden geoordeeld, heeft hij dit onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Dus dit bezwaar van [gedaagde] gaat niet op.
4.7.
Verder stelt [gedaagde] dat hij een vordering heeft op Zilveren Kruis van € 6.349,40 voor reiskosten, verblijfkosten en eigen bijdragen die Zilveren Kruis aan hem moet vergoeden. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] een beroep doet op verrekening van de door hem gestelde (tegen)vordering met de vordering van Zilveren Kruis. Ook dit verrekenverweer van [gedaagde] slaagt niet. In de wet is namelijk bepaald dat de rechter een vordering kan toewijzen ondanks een beroep van de gedaagde op verrekening, indien niet eenvoudig is vast te stellen of het verrekenverweer gegrond is. [4] Die situatie doet zich hier voor. Zilveren Kruis betwist gemotiveerd dat [gedaagde] een vordering op haar heeft, en deze kwestie zal hierna bij de tegenvordering afzonderlijk worden beoordeeld.
4.8.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de door Zilveren Kruis gevorderde hoofdsom wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.066,57 (€ 1.166,32 minus € 99,75). De verdere stellingen van partijen hoeven niet besproken te worden.
4.9.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kantonrechter kent voor de akte voor de zitting en voor de akte na de zitting geen procespunten toe, omdat deze informatie bevatten die Zilveren Kruis al in de dagvaarding had moeten verwerken. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,38
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
67,50
Totaal
814,88.
de tegenvordering
4.10.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] in 2018 en 2019 hartoperaties heeft ondergaan in Duitsland. [gedaagde] vordert vergoeding van € 6.349,40 voor kosten die daarmee verband houden. De verjaring van deze vordering heeft [gedaagde] gestuit met een bericht van 2 augustus 2023. Uit de door [gedaagde] overgelegde stukken leidt de kantonrechter af dat het gevorderde bedrag bestaat uit kosten voor vervoer van [gedaagde] naar zorgverleners door een derde (€ 0,40 en € 0,50 per kilometer, in totaal € 1.327,55 inclusief € 34,75 btw), kosten voor verblijf van [gedaagde] bij een zakenrelatie in Duitsland (€ 75,00 per dag, in totaal € 4.801,85 inclusief € 677,25 btw) en de door [gedaagde] betaalde eigen bijdrage van € 10,00 per dag dat hij in het ziekenhuis heeft gelegen (€ 220,00 in totaal).
4.11.
Wat de vervoerskosten betreft staat tussen partijen niet ter discussie dat alleen aanspraak op vergoeding bestaat als Zilveren Kruis daar vooraf een machtiging voor heeft gegeven. Zilveren Kruis betwist dat [gedaagde] zo’n machtiging had en vindt dat alleen al daarom de gevorderde vervoerskosten moeten worden afgewezen. Daar is de kantonrechter het mee eens. Het ligt op de weg van [gedaagde] om aan te tonen dat hij over de benodigde machtiging van Zilveren Kruis beschikte. Daarin is [gedaagde] niet geslaagd. [gedaagde] stelt dat Zilveren Kruis telefonisch heeft ingestemd met vergoeding van de kosten van vervoer naar ziekenhuis en specialisten, maar heeft geen stukken overgelegd die zijn stelling ondersteunen. In dat verband zou nog van belang kunnen zijn de stelling van [gedaagde] dat Zilveren Kruis, nadat de telefonische machtiging was gegeven, heeft geëist dat [gedaagde] bij zijn declaratie alle originele nota’s zou opsturen. Maar dat Zilveren Kruis een dergelijk verzoek aan [gedaagde] heeft gedaan blijkt ook uit niets.
4.12.
Bovendien betwist Zilveren Kruis dat [gedaagde] de reis- en verblijfkosten waarvan hij vergoeding vordert daadwerkelijk heeft gemaakt. [gedaagde] verwijst voor de onderbouwing van zijn kosten naar overzichten die zijn opgesteld door DRM Consultancy respectievelijk Stichting Monticchiello. Maar [gedaagde] heeft niet toegelicht wie de derde was die hem met de auto heeft vervoerd en niet gesteld of onderbouwd dat hij daarvoor de gevorderde kilometervergoeding daadwerkelijk heeft betaald. Hetzelfde geldt voor de gevorderde verblijfkosten van ruim € 4.800,00. Facturen of verklaringen van de betreffende derden ontbreken. Ook heeft [gedaagde] niet gesteld wat de grondslag is van zijn vordering tot vergoeding van verblijfkosten. Daarom kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] recht heeft op vergoeding van de door hem gestelde vervoers- en verblijfkosten door Zilveren Kruis.
4.13.
Van de ziekenhuisbijdrage van in totaal € 220,00 heeft [gedaagde] wel facturen overgelegd. Volgens Zilveren Kruis vallen deze door [gedaagde] betaalde kosten onder de eigen bijdrage die vergoed kan worden vanuit de aanvullende verzekering terwijl [gedaagde] geen aanvullende verzekering had, zodat hij geen aanspraak kan maken op vergoeding. Tegenover deze gemotiveerde betwisting heeft [gedaagde] zijn blote stelling dat het gaat om een eigen bijdrage die valt onder het eigen risico van de basisverzekering van € 385,00 onvoldoende geconcretiseerd.
4.14.
[gedaagde] heeft zijn vordering in de antwoordakte vermeerderd met € 511,05 en licht dit als volgt toe:
“Ook heeft Syncasso de door derdendeurwaarders kennelijk door haar ontvangen bedragen onrechtmatig in mindering gebracht op het tegoed van eiser[lees: [gedaagde] ]
waardoor eiser nog euro 225,80 van Syncasso[lees: Zilveren Kruis]
extra te vorderen heeft (285,25+225,80=511,05)”. In reactie op deze eisvermeerdering schrijft Zilveren Kruis dat het haar totaal onduidelijk is waarom [gedaagde] de laatste afdracht van 23 januari 2024 onder het beslag (€ 285,25) optelt bij het niet gerestitueerde gedeelte van die afdracht (€ 225,80) en zijn vordering daarmee vermeerdert. Het gaat immers om één en dezelfde afdracht van € 285,25, waarvan € 225,80 terecht in mindering is gebracht op de eerdere vordering van Zilveren Kruis en het andere deel van € 59,45 is gerestitueerd aan de SVB, aldus Zilveren Kruis. Net als Zilveren Kruis kan de kantonrechter [gedaagde] hier niet volgen. [gedaagde] heeft onvoldoende concreet en inzichtelijk gemaakt waaruit deze vordering bestaat.
4.15.
Gezien al het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] zijn vordering onvoldoende heeft geconcretiseerd en onderbouwd, zodat deze wordt afgewezen.
4.16.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
- salaris gemachtigde
339,00
(1 punt × € 339,00)
Totaal
339,00.
de vordering en de tegenvordering
4.17.
De proceskosten van Zilverenkruis worden vermeerderd met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
de vordering
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 1.066,57,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 814,88, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
de tegenvordering
5.3.
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 339,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
de vordering en de tegenvordering
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:127 lid 2 BW Pro
2.Akte van Zilveren Kruis, productie 7
3.Antwoordakte van Zilveren Kruis, alinea 13 t/m 16
4.Artikel 6:136 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)