Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Noord-Holland
KPL verzorgt goederenvervoer en verstrekte transportorders aan eiseres, die facturen stuurde voor uitgevoerde werkzaamheden. Twee facturen van respectievelijk 21 september 2024 en 11 oktober 2024 stonden centraal. De factuur van 11 oktober 2024 werd binnen de afgesproken betaaltermijn van 60 dagen voldaan, maar de factuur van 21 september 2024 werd pas na dagvaarding betaald, namelijk op 10 februari 2025.
Eiseres vorderde betaling van de factuur, wettelijke handelsrente en incassokosten. KPL voerde verweer dat de factuur van 11 oktober tijdig was betaald en dat de factuur van 21 september pas later was ontvangen. De kantonrechter stelde echter vast dat de factuur van 21 september op het juiste e-mailadres was verzonden en dat KPL niet tijdig betaalde.
De rechter oordeelde dat KPL in verzuim was voor de factuur van 21 september 2024 en veroordeelde KPL tot betaling van de wettelijke handelsrente over die factuur vanaf 27 november 2024 tot 10 februari 2025. Daarnaast werd een bedrag van €161,25 aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De proceskosten werden aan KPL opgelegd, waarbij het griffierecht werd beperkt tot het bedrag dat betrekking had op de toegewezen vordering.
Uitkomst: KPL is veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten wegens te late betaling van een factuur.