ECLI:NL:RBNHO:2025:10827

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
22 september 2025
Zaaknummer
C/15/367435 KG ZA 25-466
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 RvArt. 3:300 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot ontruiming woning na verkoop en weigering vertrek

Sons Real Estate B.V. (SRE) heeft een woning gekocht van twee gedaagden die samen eigenaar zijn. Na de koopovereenkomst van 15 juli 2024, waarin de woning uiterlijk 31 januari 2025 leeg en ontruimd zou worden opgeleverd, weigert één van de gedaagden, [gedaagde 1], de woning te verlaten.

SRE vordert in kort geding ontruiming van de woning en medewerking aan de notariële levering. [gedaagde 2] verschijnt wel en betwist de vordering niet, maar [gedaagde 1] verschijnt niet en wordt verstek verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat SRE een spoedeisend belang heeft gezien de huidige woningmarkt en dat de koopovereenkomst nagekomen moet worden.

De rechter veroordeelt [gedaagde 1] om binnen veertien dagen de woning te ontruimen en binnen veertien weken mee te werken aan de levering. Tevens wordt bepaald dat het vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde 1] op de leveringsakte. Dwangsommen worden opgelegd met een maximum, en [gedaagde 1] wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en medewerking aan de notariële levering binnen gestelde termijnen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/367435 / KG ZA 25-466
Vonnis in kort geding van 11 september 2025
in de zaak van
SONS REAL ESTATE B.V.,
te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: SRE,
advocaat: mr. M.J. Goedhart,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
niet verschenen,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2]
advocaat: mr. A.J. Hoogland,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 juli 2025 met producties 1 tot en met 13;
- de door mr. Goedhart overgelegde productie 14;
- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
1.2.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen [gedaagde 1] , omdat hij niet in de procedure is verschenen. Omdat [gedaagde 2] wel is verschenen, zal tussen alle partijen één vonnis worden gewezen dat gelet op artikel 140 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt beschouwd als een vonnis op tegenspraak.

2.De uitgangspunten

2.1.
SRE houdt zich bezig met de koop, verkoop en verhuur van onroerend goed.
2.2.
Gedaagden zijn samen eigenaar van de woning staande en gelegen aan de [adres] [woonplaats 1] (hierna: de woning). Gedaagden zijn gescheiden en [gedaagde 1] is in de woning blijven wonen. Zij hebben SRE benaderd en haar de woning te koop aangeboden.
2.3.
Op 15 juli 2024 is een koopovereenkomst tot stand gekomen tussen SRE als koper en gedaagden als verkopers van de woning. De overeengekomen koopsom bedraagt
€ 350.000,-.
2.4.
In de koopovereenkomst is verder opgenomen dat de woning uiterlijk op 31 januari 2025 in eigendom zou worden overgedragen. Naderhand hebben SRE en [gedaagde 1] afwijkende afspraken gemaakt. De uiteindelijke verhuisdatum is 31 januari 2025 geworden en de overdracht veertien weken later.
2.5.
Verder is tussen partijen afgesproken dat SRE een bedrag van € 30.000,- van de koopsom zou aanbetalen nadat de koopovereenkomst door de notaris zou zijn ingeschreven in de openbare registers. De inschrijving van de koopovereenkomst heeft op 2 augustus 2024 plaatsgevonden. SRE heeft op 6 augustus 2024 naar gedaagden ieder een bedrag van
€ 15.000,- overgemaakt.
2.6.
Bij brief van 27 maart 2025 van de gemachtigde van SRE zijn gedaagden gesommeerd te bevestigen dat zij de woning op vrijdag 25 april 2025 leeg en ontruimd zouden opleveren en dat de woning uiterlijk op 1 augustus 2025 in eigendom zou worden overgedragen.
2.7.
[gedaagde 2] heeft daarop aan SRE laten weten dat [gedaagde 1] niet voornemens was om zijn medewerking te verlenen en dat om die reden de koopovereenkomst niet kan worden afgewikkeld. Concrete afspraken met [gedaagde 1] om de woning te verlaten heeft SRE niet kunnen maken. [gedaagde 1] is ieder contact uit de weg gegaan.

3.Het geschil

3.1.
SRE vordert – samengevat – gedaagden te veroordelen om de woning te ontruimen en ontruimd te houden op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert SRE dat gedaagden worden veroordeeld om op eerste verzoek van de notaris mee te werken aan de notariële levering van de woning aan SRE conform de tussen partijen bereikte overeenstemming en voor het geval gedaagden hier geen gevolg aan geven te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de handtekeningen van gedaagden, althans van de handtekening van één van hen onder de leveringsakte. Tot slot vordert SRE gedaagden te veroordelen in de proceskosten en de buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
SRE legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten. Tussen SRE en [gedaagde 1] is afgesproken dat de woning uiterlijk op 31 januari 2025 leeg en ontruimd zou worden opgeleverd en dat de notariële overdracht veertien weken later zou zijn. [gedaagde 1] is deze afspraken niet nagekomen. Ondanks een sommatie van SRE heeft [gedaagde 1] de woning (nog) niet verlaten. Gedaagden zijn in verzuim.
3.3.
[gedaagde 2] betwist de vordering niet en is bereid medewerking te verlenen. [gedaagde 1] heeft geen verweer gevoerd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of SRE ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat het geval is, gezien de huidige woningmarkt.
Inhoudelijk
4.2.
[gedaagde 2] heeft ter zitting aangevoerd dat zij bereid is medewerking te verlenen aan het gevorderde. Zij heeft er belang bij dat de woning op korte termijn wordt geleverd aan SRE omdat er mogelijk een overwaarde is.
4.3.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat gedaagden de verplichtingen uit de koopovereenkomst dienen na te komen. De vorderingen zullen dan ook worden toegewezen. [gedaagde 1] , die kennelijk nog in de woning verblijft, dient de woning te ontruimen en zijn medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan SRE.
Artikel 3:300 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
4.4.
Tevens zal de voorzieningenrechter bepalen dat dit vonnis in de plaats komt van de handtekening van [gedaagde 1] op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro onder de leveringsakte bij de notaris.
Dwangsommen
4.5.
De gevorderde dwangsommen zullen worden toegewezen, met dien verstande dat deze worden gematigd en hieraan een maximum zal worden verbonden. Indien gedaagden gelijktijdig meerdere geboden/verboden overtreedt, verbeuren zij slechts één dwangsom.
Proceskosten
4.6.
Aangezien [gedaagde 2] in de procedure is verschenen en geen verweer heeft gevoerd maar juist alle medewerking gedurende het verkoopproces heeft verleend en zal verlenen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de proceskosten niet voor haar rekening komen. [gedaagde 1] daarentegen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SRE worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,61
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
715,00
Totaal
1.542,61
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt gedaagden om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, en de sleutels af te geven aan SRE, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van
€ 25.000,- onverlet de mogelijkheid van SRE om de woning te laten ontruimen door de deurwaarder,
5.2.
veroordeelt gedaagden om binnen veertien weken na ontruiming van de woning, op eerste verzoek van de notaris mee te werken aan de notariële levering van de woning aan SRE, conform de tussen partijen bereikte overeenstemming, met dien verstande dat aan gedaagden reeds € 30.000,- is voldaan in mindering op de door SRE te betalen koopsom,
5.3.
bepaalt dat, indien gedaagden geen gevolg geven aan de veroordeling onder 5.2. of indien één van hen dat nalaat, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro dezelfde kracht heeft als een door gedaagden ondertekende volmacht aan SRE om de leveringsakte bij de notaris te tekenen, zodat de levering zal plaatsvinden door inschrijving van het vonnis samen met de leveringsakte in de daartoe bestemde openbare registers,
5.4.
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van € 1.542,61, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Blokland en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2025.