De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning die is verleend voor het ombouwen van een kantoorpand tot een tijdelijke opvanglocatie voor 210 asielzoekers aan de Meesterlottelaan 301 te Haarlem.
Verzoeksters, twee bewonersorganisaties, maken bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke overlast, effecten op de monumentale omgeving, sociale voorzieningen, brandveiligheid en klimaatrisico’s. De voorzieningenrechter beperkt de beoordeling van het verzoek tot een belangenafweging tussen het belang van de noodopvang en het belang van verzoeksters bij het voorkomen van de opvang.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang bij het realiseren van de opvang, mede gezien de actuele noodsituatie in Ter Apel, concreet en zwaarwegend is. Het belang van verzoeksters bij het voorkomen van mogelijke overlast weegt minder zwaar, temeer omdat niet vaststaat dat de opvang daadwerkelijk tot overlast zal leiden.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor de opvang mag starten ondanks het bezwaar. De uitspraak is voorlopig van aard en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure. Tevens is er geen proceskostenveroordeling opgelegd.