ECLI:NL:RBNHO:2025:11095
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Douanevrijstelling voor terugkerende goederen: Trouwring en andere ringen
In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Holland op 25 september 2025 uitspraak gedaan over de vraag of een reiziger vrijstelling van invoerrechten kan krijgen voor drie ringen die zij uit Turkije heeft meegenomen. De eiseres, woonachtig in Nederland, had op 19 juni 2023 de ringen via het groene kanaal op Schiphol meegenomen, zonder deze aan te geven. De douane had een uitnodiging tot betaling (utb) van € 696,73 opgelegd, bestaande uit douanerechten en omzetbelasting. Eiseres stelde dat de ringen Uniegoederen waren en dat zij geen invoerrechten verschuldigd was, omdat de ringen in dezelfde staat waren teruggekeerd. De rechtbank oordeelde dat de trouwring, die door een ongeval was beschadigd en gerepareerd, in dezelfde staat was teruggekeerd en dat eiseres daarom ten onrechte invoerrechten en omzetbelasting waren opgelegd voor deze ring. Voor de andere twee ringen, waarvan de steentjes waren vervangen, oordeelde de rechtbank dat deze niet in dezelfde staat waren teruggekeerd, waardoor de invoerrechten en omzetbelasting wel verschuldigd waren. De rechtbank verlaagde de utb tot € 384,40 en kende eiseres een schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.