Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 25 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In deze kort geding procedure vordert een moeder dat haar meerderjarige zoon de door haar verkochte woning uiterlijk op 1 oktober 2025 verlaat. De zoon woont momenteel bij haar in, maar heeft geen juridische titel om in de woning te verblijven. De moeder heeft de woning verkocht vanwege haar verslechterende gezondheid en moet deze begin december 2025 leeg opleveren.
De zoon is eind juli 2025 geïnformeerd dat hij uiterlijk 1 oktober de woning moet verlaten, maar weigert te vertrekken zolang hij geen andere woonruimte heeft gevonden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de zorgplicht van een ouder eindigt bij meerderjarigheid en dat de zoon geen recht heeft op inwoning zonder titel. De moeder heeft hem een redelijke termijn gegeven en zelfs ondersteuning geboden bij het zoeken naar woonruimte.
De vordering wordt toegewezen: de zoon moet uiterlijk 1 oktober vertrekken en zijn bezittingen meenemen. Hij mag deze tot uiterlijk 1 november op afspraak ophalen. Indien hij dit nalaat, mag de moeder de achtergebleven goederen afvoeren of vernietigen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Zoon wordt veroordeeld de woning uiterlijk 1 oktober 2025 te verlaten en zijn bezittingen mee te nemen.