De zaak betreft een 14-jarige jongen met een verstandelijke beperking die kampt met drank- en drugsgebruik, zelfbepalend en agressief gedrag, en betrokkenheid bij criminele activiteiten. De jongen verblijft afwisselend bij zijn voogdes, de oma, en zijn ouders. De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar, met het oog op passende hulpverlening en het vinden van een geschikte woonplek.
De kinderrechter neemt de stukken en het verhoor in de zitting mee in de beoordeling. De oma, vader en moeder geven aan dat de jongen geen hulp accepteert, vaak afwezig is, en agressief gedrag vertoont. De gecertificeerde instelling erkent dat er geen diagnose van verslaving is gesteld, maar benadrukt de noodzaak van hulpverlening en het onderzoeken van een passende open woonplek.
De kinderrechter oordeelt dat de jongen ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken. Gezien zijn kwetsbaarheid, risicovolle netwerk en agressief gedrag is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De beschikking wordt voor de maximale duur van een jaar uitgesproken en direct uitvoerbaar verklaard, zodat passende hulpverlening kan worden voortgezet en onderzocht.