Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 2] ,
[gedaagde 1]
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De man en vrouw hadden een affectieve relatie van 2017 tot maart 2025. De man huurt sinds 2022 een aangepaste invalidewoning die hij op grond van medische indicatie kreeg toegewezen. Na beëindiging van hun relatie bleef de vrouw zonder recht in de woning verblijven, wat leidde tot een onhoudbare situatie en verslechtering van de gezondheid van de man.
De man vorderde in kort geding ontruiming van de woning en machtiging om deze zelf te effectueren met behulp van de sterke arm. De vrouw en haar zoon, die ook in de woning verbleef, verweerden zich met het beroep op artikel 8 EVRM Pro en stelden dat ontruiming zonder alternatieve huisvesting disproportioneel is.
De kantonrechter oordeelde dat de man huurder is en de vrouw geen recht of titel heeft om in de woning te verblijven. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro stond toewijzing niet in de weg, mede omdat de vrouw voldoende tijd had om vervangende woonruimte te zoeken en de woning specifiek was aangepast voor de man. De ontruiming werd toegewezen met een termijn van veertien dagen, maar de machtiging tot ontruiming met de sterke arm werd afgewezen als overbodig. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw en haar zoon moeten binnen veertien dagen de invalidewoning ontruimen en verlaten.