Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij op of een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 tot en met 9 januari 2025 te Curaçao en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- samen met die koerier van en naar Curaçao te reizen en/of die koerier te begeleiden en/of teneinde die koerier en de verdovende middelen te ontvangen en/of verder te vervoeren en/of
- afspraken te maken en/of contact te hebben omtrent de vlucht en/of het vliegticket van die koerier en/of (telefonisch) contact te onderhouden met/aan die koerier met betrekking tot de invoer van de cocaïne.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Beslissing
38 (achtendertig) maanden.