ECLI:NL:RBNHO:2025:11270

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
1 oktober 2025
Zaaknummer
11648327 \ CV FORM 25-2375
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatieverzoek passagiers na annulering vlucht door buitengewone omstandigheden

In deze zaak hebben passagiers compensatie van de vervoerder, EasyJet Europe, verzocht vanwege een geannuleerde vlucht van Londen naar Amsterdam op 21 april 2023. De vervoerder heeft aangevoerd dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk vertragingen van voorgaande vluchten die door de luchtverkeersleiding waren opgelegd. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de annulering inderdaad het gevolg was van deze buitengewone omstandigheden, waardoor de vervoerder niet aansprakelijk was voor de compensatie. De passagiers hadden een vervoersovereenkomst gesloten en vroegen compensatie op basis van de Europese Verordening (EG) nr. 261/2004. De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had aangetoond dat de vertragingen niet inherent waren aan zijn bedrijfsvoering en dat hij alle redelijke maatregelen had getroffen om de annulering te voorkomen. Het verzoek van de passagiers werd afgewezen, en zij werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11648327 \ CV FORM 25-2375
Uitspraakdatum: 10 september 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1], wonende te [plaats 1]

2. [eiser 2], wonende te [plaats 2]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kortDe passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Voorgaande vluchten hadden namelijk zo veel vertraging opgelopen dat de vlucht in kwestie niet meer uitgevoerd kon worden voor het ingaan van de nachtsluiting van Schiphol. Deze vertraging was het gevolg van (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek van de passagiers wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 21 april 2023 vervoeren van Londen, Verenigd Koninkrijk naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7832 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [3]
4.3.
Volgens de vervoerder was de vlucht in kwestie onderdeel van de rotatievlucht Amsterdam – Londen – Amsterdam (vluchtnummers EZY7831 en EJU7832). Het toestel dat gepland stond om deze rotatievlucht uit te voeren, moest als eerste vlucht EZY7840 van Londen naar Amsterdam uitvoeren. Vervolgens moest het de rotatievlucht Amsterdam – Glasgow – Amsterdam uitvoeren (vluchtnummers EZY7835 en EZY7836). Daarna stond het toestel gepland om de rotatievlucht Amsterdam – Londen – Amsterdam uit te voeren, waarvan de vlucht in kwestie het laatste gedeelte was.
4.4.
De vervoerder voert aan dat vlucht EZY7840 van Londen naar Amsterdam met 49 minuten vertraagd werd omdat de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan het toestel oplegde. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder stelt dat deze vertraging doorwerkte op vlucht EZY7835 van Amsterdam naar Glasgow en dat aan vlucht EZY7835 vervolgens ook een latere vertrektijd opgelegd werd. Daardoor is vlucht EZY7835 uiteindelijk met 48 minuten vertraging uitgevoerd. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder stelt dat deze vertraging doorwerkte op vlucht EZY7836 van Glasgow naar Amsterdam en op vlucht EZY7831 van Amsterdam naar Londen. Door deze opgelopen vertraging kreeg vlucht EZY7831 ook een (nog) latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding. Daarom was het niet meer mogelijk om de rotatievlucht Amsterdam – Londen – Amsterdam uit te voeren voor het ingaan van de nachtsluiting van Schiphol. Daarom moest de vervoerder vlucht EZY7831 en de vlucht in kwestie annuleren. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten.
4.5.
De passagiers hebben dit al in het vorderingsformulier betwist. Zij voeren aan dat Schiphol geen harde nachtklok kent en het ook mogelijk is om ’s nachts te landen door om een zogenaamd ‘nachtslot’ te verzoeken. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat een dergelijk verzoek echter niet zou worden toegewezen omdat de vertraging afkomstig was van een eerdere vlucht en daardoor niet als een situatie van ‘overmacht’ zou worden gezien door de luchtverkeersleiding.
4.6.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende onderbouwd dat de voorgaande vluchten vertraagd werden vanwege beperkingen van de luchtverkeersleiding. Ook heeft hij voldoende onderbouwd dat deze vertraging doorwerkte en ertoe heeft geleid dat de vlucht in kwestie niet meer uitgevoerd kon worden omdat deze de nachtklok van Schiphol zou schenden. Als een vlucht een beperking krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dat geldt ook voor de nachtsluiting op Schiphol. Ten slotte heeft de vervoerder eveneens voldoende onderbouwd dat het in dit geval niet mogelijk was om een ‘nachtslot’ aan te vragen. Al met al zijn deze omstandigheden niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en kon hij hier ook geen invloed op uitoefenen. Dit betekent dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om (de vertraging vanwege) de annulering te voorkomen (of te beperken). De vervoerder voert in dit verband aan dat de annulering niet te voorkomen was omdat het minimaal 5 tot 6 uur zou hebben geduurd om een vervangend toestel te positioneren vanaf een van zijn basisluchthavens. Daarom zou de inzet van een alternatief toestel alsnog hebben geleid tot de schending van de nachtklok. Daarnaast heeft hij de passagiers terugbetaling van de ticketkosten geboden en hen extra kosten vergoed, aldus de vervoerder.
4.8.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Dit betekent dat het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
3.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.