Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage 1aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- een proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] van 7 februari 2025, p. 8-14, met bijlagen p. 15-38;
- een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 13 februari 2025, los document;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] van 7 februari 2025, p. 44-47, met bijlagen p. 48-49;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] van 8 februari 2025, p. 6-8;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2] van 8 februari 2025, p. 16-18;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3] van 8 februari 2025, p. 9-12, met bijlagen p. 13-15.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
176 [honderdzesenzeventig] dagen.
€ 133,99, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 133,99, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 75, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 5], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 75, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 444,90, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 6], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 444,90, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 75, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 8], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 75, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 75, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 10], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 75, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 150, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 13], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 150, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 1.083, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 14], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 1.083, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 871,15, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 17], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 871,15, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 188,28, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 22], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 188,28, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 90, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 24], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 90, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.