ECLI:NL:RBNHO:2025:11388

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
C/15/368828 / JU RK 25-1177
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in het kader van jeugdzorg

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 24 september 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige]. De kinderrechter constateert dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds van toepassing zijn, gezien de dreiging vanuit het criminele circuit en de zorgen over de overbelasting van de moeder. De minderjarige kan niet thuis wonen en is momenteel geplaatst in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). De gecertificeerde instelling (GI) heeft een passende kleinschalige woonvoorziening gevonden waar de minderjarige behandeling en begeleiding kan ontvangen.

De procedure begon met een verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, en om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De kinderrechter heeft de relevante stukken in overweging genomen, waaronder het verzoekschrift en de afmelding van de ouders voor de zitting. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter de minderjarige gehoord, die aangaf dat hij zich bewust is van zijn situatie en graag zijn leven wil verbeteren.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door zijn negatieve omgeving en gedragsproblemen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/368828 / JU RK 25-1177
Datum uitspraak: 24 september 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 augustus 2025;
  • het bericht van de moeder van 19 september 2025, ontvangen op dezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
De moeder en de vader zijn – met bericht van afmelding – niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in bij Justitiële Jeugdinrichting (JJI) [JJI] in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 oktober 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 1 oktober 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 oktober 2024 een machtiging verleend [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 1 april 2025. Aansluitend heeft de kinderrechter een machtiging verleend [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 1 oktober 2025. Bij beschikking van 28 maart 2025 heeft de kinderrechter machtiging verleend [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 1 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd omdat hij al langere tijd onder invloed staat van een negatieve vriendengroep. Hierdoor neemt hij beslissingen die hem op korte termijn in gevaar brengen en zijn ontwikkeling op de lange termijn onder druk zetten. Momenteel verblijft [de minderjarige] in de JJI na het overtreden van zijn schorsingsvoorwaarden. Het contact tussen [de minderjarige] en de moeder verloopt goed. De moeder stelt echter wel grenzen in het contact om haar gezin te beschermen. Het contact met de vader is ernstig verstoord. De vader doet regelmatig uitspraken om zijn zoon iets aan te doen dus de GI is van mening dat [de minderjarige] in dit contact beschermd moet worden. Dit zorgt ervoor dat beide ouders onvoldoende in staat zijn om [de minderjarige] te bieden wat hij nodig heeft. Het is noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling verlengd wordt zodat de hulpverlening ingezet en voorgezet kan worden.
3.3.
Omdat [de minderjarige] niet bij de ouders terecht kan is ook een machtiging tot uithuisplaatsing voor [de minderjarige] noodzakelijk. Door de GI is een passende, kleinschalige woonvoorziening gevonden, [woonvoorziening] in [plaats] , waar hij terecht kan wanneer hij uit de JJI komt. Binnen dit verblijf kan [de minderjarige] zich met begeleiding richten op alle leefgebieden, en kan hij profiteren van de ingezette hulpverlening.

4.De mening van de moeder en [de minderjarige]

4.1.
De moeder heeft aangegeven dat het ondanks alle hulpverlening en steun die [de minderjarige] krijgt, het nog steeds niet goed gaat met [de minderjarige] . Ze maakt zich ernstig zorgen over de veiligheid van [de minderjarige] , het gezin en hun omgeving, maar blijven hopen dat [de minderjarige] met alle hulp die hij krijgt eens in gaat zien dat dit leven zo niets is. Ondanks dat ze het graag anders had gezien, is zij het volledig eens met de verzoeken van de GI.
4.2.
[de minderjarige] heeft verteld dat hij zich ervan bewust is dat hij niet goed bezig is en dat hij graag wat van zijn leven wil maken. Hij is aangenomen bij het ROC en wil een baantje zoeken. Hij begrijpt dat hij nu niet thuis kan wonen. Hij zit op zijn plek bij het traject van [woonvoorziening] . Hij woont daar met een andere jongen met wie hij een goede klik heeft en die [de minderjarige] goed kan helpen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderrechter constateert dat de gronden voor de ondertoezichtstelling zoals beschreven in de beschikking van 1 oktober 2024 nog onverkort gelden. Het afgelopen jaar zijn er slechts beperkte vorderingen gemaakt en zijn de zorgen over [de minderjarige] niet weggenomen. [de minderjarige] vertoont ernstige gedragsproblemen en neemt beslissingen die hem en de mensen die dicht bij hem staan in gevaar brengen. Recent is [de minderjarige] na het overtreden van zijn schorsingsvoorwaarden en een nieuwe verdenking van heling wederom in een JJI geplaatst. Ter zitting is duidelijk geworden dat [de minderjarige] met ingang van 26 september 2025 geschorst zal worden. Hij kan dan niet bij een van de ouders terecht. Het contact tussen [de minderjarige] en de vader is ernstig verstoord. Het contact tussen [de minderjarige] en de moeder verloopt goed, maar vanwege de dreiging vanuit het criminele circuit richting [de minderjarige] , en zijn omgeving, en de zorgen over de overbelasting van de moeder, waardoor zij niet in staat is om regie uit te oefenen op haar zoon, kan [de minderjarige] niet bij de moeder wonen. Door de GI is een passende kleinschalige woonvoorziening gevonden waar hij behandeling en begeleiding kan ontvangen. Ook blijft de behandeling vanuit de Waag doorlopen. Het is van belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om zicht te houden op de ontwikkeling en de hulpverlening van [de minderjarige] .
5.3.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom (nog steeds) nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] en verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot [datum] .
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] ;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 24 september 2025 tot [datum] ;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C.A. Onderwater, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 1 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.