Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
)opgenomen beding die verband houdt met de vordering. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij op 9 juli 2025 een akte genomen (hierna: de akte).
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele bodemzaak heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst of aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l BW is voldaan en of het rente- en incassokostenbeding in de algemene voorwaarden eerlijk is. De eisende partij heeft zich bij akte uitgelaten over de informatieplichten en het beding.
De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht dat aan de informatieplichten is voldaan. Vervolgens wordt artikel 14.2 van de algemene voorwaarden, voor zover het betrekking heeft op de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, vernietigd wegens oneerlijkheid. Hierdoor worden de vorderingen tot betaling van rente en incassokosten afgewezen.
De hoofdsom van €1.238,52 wordt wel toegewezen. De gedaagde wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die bestaan uit dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De hoofdsom van €1.238,52 wordt toegewezen, het rente- en incassokostenbeding vernietigd en de gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten.