ECLI:NL:RBNHO:2025:11465
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering na sluiting woning wegens hennepteelt en drugshandel
In deze kortgedingzaak vordert de verhuurder ontruiming van een woning die door de burgemeester voor zes maanden is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege hennepteelt en drugshandel. De verhuurder heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden op basis van artikel 7:231 lid 2 BW Pro en stelt dat de huurder het pand na afloop van de sluiting wil betrekken.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder bevoegd is tot ontbinding en dat het spoedeisend belang bij ontruiming is komen vast te staan. De sluiting is onherroepelijk en de huurder heeft geen voldoende zwaarwegend belang om het gehuurde te behouden, mede omdat hij betrokken was bij illegale activiteiten in het pand en elders een woning heeft.
Het verweer van de huurder, waaronder een geluidsopname van een vermeende toezegging, faalt. De ontruiming wordt niet als onrechtmatig of disproportioneel beschouwd. De huurder wordt veroordeeld het pand binnen tien dagen na het einde van de sluiting te ontruimen en de proceskosten worden aan hem opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen tien dagen na het einde van de sluiting.