ECLI:NL:RBNHO:2025:1148
Rechtbank Noord-Holland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitsluitend gebruik echtelijke woning tijdens echtscheidingsprocedure
Partijen zijn gehuwd en hebben geen kinderen. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen, met het bevel aan de man de woning te verlaten. De man voerde verweer en trok later zijn verzoek om het uitsluitend gebruik aan hem toe te wijzen in.
De rechtbank beoordeelde haar rechtsmacht en oordeelde dat Nederlands recht van toepassing is. De kernvraag was of de belangen van de vrouw bij uitsluitend gebruik zwaarder wegen dan die van de man bij voortzetting van de huidige woonsituatie.
Hoewel de vrouw spanningen ervaart en de situatie als moeizaam ervaart, is niet gebleken dat het gezamenlijk verblijf onhoudbaar of onveilig is. De woning is groot genoeg om elkaar te ontlopen en er zijn eigen sanitaire voorzieningen. De rechtbank achtte het mogelijk dat partijen afspraken maken om conflicten te vermijden.
Daarom wees de rechtbank het verzoek van de vrouw af en bepaalde dat beide partijen voorlopig in de woning mogen blijven wonen. De voorwaardelijke verzoeken van de man behoefden geen behandeling meer.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw om uitsluitend gebruik van de echtelijke woning wordt afgewezen; beide partijen mogen voorlopig in de woning blijven wonen.