De betrokkene kreeg in 2019 een tbs-maatregel met voorwaarden opgelegd wegens medeplegen van poging tot diefstal met geweld en afpersing. Sinds de start van deze maatregel zijn herhaaldelijk overtredingen van de voorwaarden geconstateerd, wat leidde tot meerdere negatieve beëindigingen van behandelingen en verplaatsingen tussen verschillende klinieken.
Ondanks diverse behandelpogingen, waaronder opname in forensische verslavingsklinieken, bleef de betrokkene middelen gebruiken en gedragsregels overtreden. In augustus 2025 ontstond een onveilige situatie binnen de kliniek, waarna hij in voorlopige hechtenis werd genomen. De reclassering en deskundige adviseerden omzetting naar dwangverpleging vanwege het ontbreken van gedragsverandering en de hoge recidivekans.
De rechtbank overwoog dat de betrokkene meerdere kansen heeft gehad maar niet in staat bleek zijn gedrag te veranderen. De noodzakelijke klinische behandeling kon niet binnen het huidige tbs-kader worden gerealiseerd. Ondanks de lange wachttijd voor een behandelplek achtte de rechtbank omzetting noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen. Het subsidiaire verzoek tot aanhouding werd afgewezen en de omzetting werd toegewezen.