De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Amsterdam via Parijs naar Ho Chi Minh-Stad op 20 mei 2023. Door een vertraging van vlucht AF1341 door een staking bij de luchtverkeersleiding hebben zij hun aansluitende vlucht gemist en kwamen zij met meer dan drie uur vertraging aan op de eindbestemming.
Zij vorderden compensatie van € 1.200,00 plus rente en incassokosten op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder verweerde zich met het standpunt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de staking bij de luchtverkeersleiding, waardoor het toestel later mocht vertrekken.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had onderbouwd dat de vertraging veroorzaakt werd door beperkingen opgelegd door de luchtverkeersleiding, waarop de vervoerder geen invloed heeft. Ook was voldaan aan de vereiste dat alle redelijke maatregelen waren getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken.
Daarom werd het compensatieverzoek afgewezen en werden de proceskosten aan de passagiers opgelegd. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.