ECLI:NL:RBNHO:2025:1153

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
11049058 \ CV FORM 24-2388
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Artikel 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek passagiers wegens vertraging vlucht door staking luchtverkeersleiding

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Amsterdam via Parijs naar Ho Chi Minh-Stad op 20 mei 2023. Door een vertraging van vlucht AF1341 door een staking bij de luchtverkeersleiding hebben zij hun aansluitende vlucht gemist en kwamen zij met meer dan drie uur vertraging aan op de eindbestemming.

Zij vorderden compensatie van € 1.200,00 plus rente en incassokosten op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder verweerde zich met het standpunt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de staking bij de luchtverkeersleiding, waardoor het toestel later mocht vertrekken.

De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had onderbouwd dat de vertraging veroorzaakt werd door beperkingen opgelegd door de luchtverkeersleiding, waarop de vervoerder geen invloed heeft. Ook was voldaan aan de vereiste dat alle redelijke maatregelen waren getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken.

Daarom werd het compensatieverzoek afgewezen en werden de proceskosten aan de passagiers opgelegd. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek tot compensatie wegens vluchtvertraging afgewezen wegens buitengewone omstandigheden door staking luchtverkeersleiding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11049058 \ CV FORM 24-2388
Uitspraakdatum: 5 februari 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1], wonende te [plaats 1]

2. [verzoeker 2], wonende te [plaats 2]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air France
gevestigd te Roissy, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het later mogen vertrekken vanwege een staking bij de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt en het verzoek van de passagiers wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 20 mei 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Charles De Gaulle Airport, Parijs, Frankrijk naar Tan Son Nhat International Airport, Ho Chi Minh-Stad, Vietnam, met de vluchtcombinatie AF1341 en AF258.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht AF1341 van Amsterdam naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist en zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
- € 217,80, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij stelt dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
Volgens de vervoerder was de vertraging van de vlucht het gevolg van beperkingen die werden opgelegd door de luchtverkeersleiding. Omdat er op de route van de vlucht sprake was van een staking van luchtverkeersleiders, mocht het toestel pas later dan gepland opstijgen. Hierdoor is de vlucht met 34 minuten vertraging uitgevoerd. Daardoor hebben de passagiers de aansluitende vlucht naar de eindbestemming gemist. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar berichten van de luchtverkeersleiding en een vluchtrapport.
4.4.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Hij heeft voldoende onderbouwd dat de vertraging van de vlucht veroorzaakt werd door beperkingen van de luchtverkeersleiding. Als een toestel een latere vertrektijd krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Deze beperkingen zijn niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij kan daar ook geen invloed op uitoefenen. Daarom was de vertraging van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden. Ten slotte heeft de vervoerder voldoende onderbouwd dat de passagiers als gevolg van deze vertraging de aansluitende vlucht hebben gemist. Daarom was de vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed kon uitoefenen op de beslissingen van de luchtverkeersleiding maar dat hij de vlucht zo snel mogelijk heeft uitgevoerd en de passagiers heeft omgeboekt op de eerst mogelijke alternatieve vlucht naar de eindbestemming.
4.6.
Dit betoog van de vervoerder slaagt eveneens. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Dit betekent dat het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 204,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.