Uitspraak
[toevoeging met nummer: 3MN0256],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 1.152,95 bruto aan opgebouwde en niet genoten vakantiedagen, de wettelijke verhoging, de wettelijke rente en een bedrag van € 700,87 aan buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert de bewindvoerder q.q. een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten leningsovereenkomst niet rechtsgeldig tot stand is gekomen en, na wijziging van eis, overlegging van een deugdelijke specificatie als er een nabetaling volgt. De bewindvoerder q.q. vordert ook dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld. De bewindvoerder q.q. wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
€ 21.973,36.
4.De beoordeling
€ 21.973,36 wordt afgewezen.
5.De beslissing
€ 790,35 bruto aan vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het hiervoor genoemde bedrag en de wettelijke verhoging tot een maximum van 20% vanaf dat de vakantietoeslag respectievelijk de wettelijke verhoging verschuldigd is, tot de dag van volledige betaling,
€ 1.152,95 bruto aan opgebouwde doch niet genoten vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het hiervoor genoemde bedrag en de wettelijke verhoging tot een maximum van 20% vanaf dat de vergoeding voor opgebouwde doch niet genoten vakantiedagen respectievelijk de wettelijke verhoging verschuldigd is, tot de dag van volledige betaling,