ECLI:NL:RBNHO:2025:11764
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek gezamenlijk gezag ondanks taalbarrière
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 13 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De vader, die de Griekse nationaliteit bezit, verzocht de rechtbank om samen met de moeder het gezag over de kinderen uit te oefenen. De moeder, die momenteel alleen het gezag uitoefent, voerde verweer aan dat de communicatie met de vader bemoeilijkt wordt door zijn onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders in staat zijn om praktische afspraken te maken over de kinderen, ondanks de taalbarrière. De vader heeft bovendien stappen ondernomen om zijn taalvaardigheid te verbeteren door een taalcursus te volgen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd om het verzoek van de vader toe te wijzen, omdat er geen risico's zijn voor de kinderen bij de uitoefening van gezamenlijk gezag. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de kinderen is dat beide ouders betrokken zijn bij gezagsbeslissingen. Uiteindelijk heeft de rechtbank het verzoek van de vader toegewezen en hem samen met de moeder belast met het gezag over de kinderen, met de verklaring dat deze beschikking uitvoerbaar is bij voorraad.