ECLI:NL:RBNHO:2025:11764
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek gezamenlijk gezag ondanks taalbarrière vader
De vader verzoekt de rechtbank om samen met de moeder het gezag over hun twee minderjarige kinderen uit te oefenen. De moeder oefent momenteel het gezag alleen uit en de kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij haar. De vader stelt dat gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen is en dat een taalbarrière geen beletsel vormt, mede omdat hij een taalcursus Nederlands volgt.
De moeder erkent dat de communicatie moeizaam is vanwege de taalbarrière en maakt zich zorgen over het nemen van gezagsbeslissingen en de informatievoorziening vanuit school. Zij twijfelt aan het doorzettingsvermogen van de vader om zijn taalvaardigheid te verbeteren.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de toewijzing van het gezamenlijk gezag, benadrukt het recht van de kinderen op betrokkenheid van beide ouders en wijst op de verantwoordelijkheid van de vader om hulp te vragen bij taalproblemen. De rechtbank oordeelt dat de taalbarrière geen beletsel vormt en dat de ouders voldoende in staat zijn om afspraken te maken, mede dankzij vertaalapps en de inspanning van de vader om Nederlands te leren. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe om samen met de moeder het gezag over de kinderen uit te oefenen.