ECLI:NL:RBNHO:2025:11767
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing alleenouderschap aan vader wegens psychische problematiek moeder
De vader verzocht de rechtbank het gezamenlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen te beëindigen en het gezag aan hem alleen toe te wijzen. De moeder stemde in met dit verzoek. De kinderen verblijven bij de vader, waarbij één kind in een woongroep woont en de ander in een gezinshuis. De vader stelde dat de psychische problemen van de moeder, waaronder psychoses en een drankprobleem, en de slechte communicatie tussen ouders het gezamenlijk gezag belemmerden.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens dat het in het belang van de kinderen is dat de vader het gezag alleen uitoefent. De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is omdat de moeder vaak onbereikbaar is en niet in staat wordt geacht om belangrijke gezagsbeslissingen te nemen. Voortzetting van het gezamenlijk gezag zou leiden tot vertragingen en conflicten die de belangen van de kinderen schaden.
De rechtbank stelde dat het gezamenlijk gezag het uitgangspunt is, maar dat dit alleen werkt bij behoorlijke communicatie en overleg tussen ouders. Gezien de omstandigheden achtte de rechtbank het noodzakelijk het gezag aan de vader toe te wijzen om zo rust en continuïteit voor de kinderen te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt aan de vader toegekend.