Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
- een meldplicht bij de reclassering;
- een contactverbod met de medeverdachten;
- zich inspannen voor het vinden en behouden van een dagbesteding;
- meewerken aan middelencontrole;
- het volgen van de training Werken aan Werk.
drie jarenmoet worden opgelegd.
7.Beslag
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
3 (drie) jaren;
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit geldbedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit geldbedrag vanaf 29 juli 2024 tot aan de dag van volledige betaling, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 6.798,-, bestaande uit € 798,- als vergoeding voor de materiële en € 6.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit geldbedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit geldbedrag vanaf 29 juli 2024 tot aan de dag van volledige betaling, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;