Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Medemblik voor de realisatie van een tijdelijk asielzoekerscentrum (AZC) voor 263 personen voor zes jaar aan het Opperdoezerpad.
Verzoekster, Stichting Omgevingsrecht en Ecologie, betwist de vergunning en verzoekt om schorsing gedurende de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster mogelijk belanghebbende is, gelet op haar feitelijke ecologische werkzaamheden in de omgeving, maar dat het spoedeisend belang twijfelachtig is omdat werkzaamheden pas op 1 december 2025 starten en bezwaar en hoorzitting nog plaatsvinden.
De voorzieningenrechter beoordeelt de bezwaargronden, waaronder de concreetheid van het plan, toetsing aan bestemmingsplannen, voorschriften in de vergunning, ecologische effecten, stikstofdepositie en de Omgevingsvisie NH2050. Geen van deze gronden leidt tot het oordeel dat de vergunning evident onrechtmatig is. De belangenafweging weegt het belang van het COA en het college bij snelle realisatie van opvangcapaciteit zwaarder dan het natuurbelang van verzoekster.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot voorlopige schorsing af. Dit oordeel is voorlopig en bindt niet in een bodemprocedure. De technische bouwactiviteit wordt nog apart getoetst. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.