Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de akte houdende eis in reconventie met producties 1 tot en met 18 van de man;
- de pleitnota van de vrouw.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn voormalige echtelieden en gezamenlijk eigenaar van een woning die de vrouw momenteel bewoont met hun minderjarige kinderen. Na ontbinding van het huwelijk is overeengekomen dat de woning aan de man zou worden toebedeeld binnen een termijn van drie maanden, uiterlijk 3 januari 2025. Deze termijn is een fatale termijn, zoals bepaald in eerdere vonnissen.
De man slaagde er niet in de woning binnen deze termijn aan zich toe te delen, ondanks een positieve financieringsaanvraag op 23 januari 2025. De vrouw vordert daarom dat de man wordt veroordeeld tot volledige medewerking aan de verkoop van de woning aan een derde, inclusief het volgen van makelaarsadviezen en het tekenen van verkoopdocumenten.
De man voert verweer dat de vertraging aan de vrouw te wijten is, maar dit is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat de woning verkocht moet worden en wijst de vordering van de vrouw toe. Tevens wordt de man veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving.
De vorderingen van de man tot toedeling van de woning worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot volledige medewerking aan de verkoop van de woning na het verstrijken van de fatale termijn voor toedeling.