ECLI:NL:RBNHO:2025:11923
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens procesbeslissing
Verzoeker heeft de wraking van de rechter-commissaris gevraagd nadat deze had besloten geen last tot aanwijzing op grond van artikel 187a Sv te geven, ondanks herhaald verzoek van verzoeker om een advocaat toe te wijzen. De rechter-commissaris verwees naar eerdere correspondentie waarin was aangegeven dat geen last tot aanwijzing wordt afgegeven in soortgelijke gevallen.
De wrakingskamer overweegt dat een procesbeslissing in beginsel geen reden tot wraking kan zijn, ook niet als de motivering onjuist of gebrekkig zou zijn, tenzij er sprake is van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De kamer oordeelt dat de beslissing van de rechter-commissaris een procesbeslissing betreft en dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid.
Daarom wordt het wrakingsverzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen omdat de beslissing een procesbeslissing betreft en geen grond voor wraking vormt.