In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Noord-Holland op 21 oktober 2025, zijn twee beroepen aan de orde die betrekking hebben op de indeling van verstelbare bureauframes in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) en de afwijzing van een verzoek om terugbetaling van invoerrechten. Eiseres, een groothandel in bedrijfsmeubels, heeft een bindende tariefinlichting (bti) aangevraagd voor haar producten, maar de inspecteur van de Douane heeft deze afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze besluiten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de producten, die in niet-gemonteerde staat zijn, niet als complete bureaus kunnen worden ingedeeld omdat het bureaublad ontbreekt. De rechtbank heeft daarbij de relevante regelgeving en jurisprudentie in acht genomen, en geconcludeerd dat de producten moeten worden ingedeeld onder de GN-onderverdeling voor delen van meubelen. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard, en de indeling van de Douane als correct beoordeeld. Eiseres heeft verzocht om terugbetaling van invoerrechten, maar dit verzoek is eveneens afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van de essentiële kenmerken van goederen bij de indeling in de GN en bevestigt dat incomplete goederen niet als complete goederen kunnen worden ingedeeld zonder de essentiële onderdelen. De rechtbank heeft ook aangegeven dat de waarde van de producten en het aantal onderdelen niet doorslaggevend zijn voor de indeling, en dat er geen tegenstrijdige indelingsstandpunten binnen de EU zijn.