ECLI:NL:RBNHO:2025:11946

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
17 oktober 2025
Zaaknummer
HAA-24_406 en HAA-24_662
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Indeling van verstelbare bureauframes in de Gecombineerde Nomenclatuur en terugbetaling van invoerrechten

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Noord-Holland op 21 oktober 2025, zijn twee beroepen aan de orde die betrekking hebben op de indeling van verstelbare bureauframes in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) en de afwijzing van een verzoek om terugbetaling van invoerrechten. Eiseres, een groothandel in bedrijfsmeubels, heeft een bindende tariefinlichting (bti) aangevraagd voor haar producten, maar de inspecteur van de Douane heeft deze afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen deze besluiten.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de producten, die in niet-gemonteerde staat zijn, niet als complete bureaus kunnen worden ingedeeld omdat het bureaublad ontbreekt. De rechtbank heeft daarbij de relevante regelgeving en jurisprudentie in acht genomen, en geconcludeerd dat de producten moeten worden ingedeeld onder de GN-onderverdeling voor delen van meubelen. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard, en de indeling van de Douane als correct beoordeeld. Eiseres heeft verzocht om terugbetaling van invoerrechten, maar dit verzoek is eveneens afgewezen.

De uitspraak benadrukt het belang van de essentiële kenmerken van goederen bij de indeling in de GN en bevestigt dat incomplete goederen niet als complete goederen kunnen worden ingedeeld zonder de essentiële onderdelen. De rechtbank heeft ook aangegeven dat de waarde van de producten en het aantal onderdelen niet doorslaggevend zijn voor de indeling, en dat er geen tegenstrijdige indelingsstandpunten binnen de EU zijn.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 24/406 en 24/662

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 21 oktober 2025 in de zaken tussen

[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R. Andringa)
en

de inspecteur van de Douane, verweerder.

Inleiding

Deze beroepen gaan over de indeling van verschillende producten ‘verstelbare bureauframes’ in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN).

Procesverloop

24/406
Op 1 augustus 2023 heeft verweerder aan eiseres een bindende tariefinlichting (bti) afgegeven.
Verweerder heeft met de uitspraak op bezwaar van 14 november 2023 (uob 1) het bezwaar tegen de bti ongegrond verklaard.
Eiseres heeft een beroepschrift ingediend.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
24/662
Op 5 oktober 2023 heeft verweerder het verzoek van eiseres om terugbetaling van een bedrag van € 4.920,83 afgewezen.
Verweerder heeft met de uitspraak op bezwaar van 21 december 2023 (uob 2) het bezwaar tegen de afwijzende beslissing tot terugbetaling ongegrond verklaard.
Eiseres heeft een beroepschrift ingediend.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Beide zaken
De rechtbank heeft het beroep tegen uob 1 geregistreerd onder nummer HAA 24/406 en het beroep tegen uob 2 onder nummer HAA 24/662.
Beide zaken zijn op 9 september 2025 gelijktijdig op zitting behandeld. Namens eiseres zijn verschenen [naam 1] (directeur/eigenaar) en haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] en mr. [naam 3] .

Feiten

1. Eiseres is een groothandel in bedrijfsmeubels. Zij houdt zich bezig met de invoer en verkoop van onder andere verstelbare bureauframes (producten).
2. Op 1 juli 2022 heeft [bedrijf] B.V., als direct vertegenwoordiger van eiseres, op naam en voor rekening van eiseres een aangifte tot plaatsing onder de regeling ‘in het vrije verkeer brengen’ (aangifte) gedaan voor twee artikelen. Artikel 1 is aangegeven met de omschrijving ‘Kantoorkasten’en is niet in geding. Artikel 2 is aangegeven met de omschrijving ‘vertelbare bureauframes’ (de rechtbank begrijpt: verstelbare bureauframes) en ingedeeld onder GN-onderverdeling 9403 9910 90 met een invoerrecht van 2,7%. Voor artikel 2 is € 8.127,18 aan invoerrechten berekend.
3. Eiseres heeft verzocht om terugbetaling van € 4.920,83 aan invoerrechten voor vijf modellen verstelbare bureauframes:
- [# 1]
- [# 2]
- [# 3]
- [# 4]
- [# 5]
4. Tijdens de behandeling van het verzoek om terugbetaling, heeft eiseres een bti aangevraagd voor een ‘Elektrisch verstelbaar hoek zit-sta frame deluxe’. Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van dit product onder GN-onderverdeling 9403 1051 als bureaus. Dat is vrij van invoerrechten. In vak 10 van de aanvraag heeft eiseres de volgende aanvullende informatie verschaft:
“Elektrisch verstelbaar hoek zit-sta frame deluxe met artikelnr. [# 3]
Zie uitgebreide VERTROUWELIJKE toelichting op de tariefindeling van het bureauframe met handswitch (Elektrisch verstelbaar hoek zit-sta frame deluxe met artikelnr. [# 3] ) in de aan u per e-mail zojuist toegestuurde bijlage”.
5. Verweerder heeft vervolgens een bti afgegeven met kenmerk NL BTI 2023-0548 waarin het product is ingedeeld onder GN-onderverdeling 9403 9910 90. In vak 7 van de bti heeft verweerder het product als volgt omschreven:
“Een onderstel van een bureau met -volgens opgave- de volgende kenmerken en eigenschappen:
  • ontworpen om deel uit te maken van een L-vormig bureau dat zittend of staand kan worden gebruikt;
  • 3 telescopisch verstelbare poten met een ingebouwde elektromechanische aandrijving;
  • bovenop de poten zijn twee haaks verbonden goten geplaatst;
  • op de 3 uiteinden van de goten is een dwarsverbinding van onedel metaal aangebracht met montage gaten voor bevestiging van een bureaublad;
  • een LED-display;
  • het geheel is herkenbaar als een onderstel van een bureau zonder bureaublad;
  • het frame kan de hoogte van het bureau laten variëren van 650 tot en met 1500 mm”.
Verweerder heeft in vak 9 de indeling van het product toegelicht:
“De algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur.
Aantekening 3 op hoofdstuk 94.
Verordening (EU) 23 april 2015, 2015/677 (PbEU 2015, nr. L 111)"
De tekst van de GN-codes 9403, 9403 99 en 9403 99 10. Indeling als een volledig meubel is uitgesloten omdat een wezenlijk onderdeel ontbreekt, namelijk het tafelblad. Het metalen onderstel wordt aangemerkt als een deel van een meubel bedoeld bij GS-post 9403”.
6. Verweerder heeft het verzoek om terugbetaling afgewezen onder andere met een verwijzing naar de bti (zie onder 5). Met uob 2 heeft verweerder dit besluit gehandhaafd.
7. Eiseres heeft ook tegen de bti bezwaar ingesteld. Die bti heeft verweerder met uob 1 eveneens gehandhaafd.

Geschil en standpunten van partijen

8. In geschil is de indeling van de producten in de GN, en dus of de bti voor de juiste goederencode is afgegeven en het verzoek om terugbetaling terecht is afgewezen.
9. Eiseres betoogt dat de producten met indelingsregel 2a moeten worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 9403 1051 als (complete) bureaus met een hoogte van niet meer dan 80 cm dan wel 9403 1098 als meubelen van metaal, van de soort gebruikt in kantoren met een hoogte van meer dan 80 cm (aan deze GN-onderverdelingen wordt hierna gerefereerd als ‘bureaus’). De producten bestaan uit onderdelen die aan elkaar kunnen worden gemonteerd tot een bureauframe. Weliswaar zijn de producten ten tijde van invoer geen complete bureaus omdat het dekblad ontbreekt, maar de producten beschikken wel over de essentiële kenmerken daarvan. Dit komt doordat de producten al de vorm van een compleet bureau hebben, de waarde van de producten vaak een tienvoud is van de waarde van het ontbrekende dekblad en de producten voorzien in het merendeel van de onderdelen van een compleet bureau. Het is, zo bevestigt verweerder in het Handboek Douane, geen vereiste dat bureauframes al functioneren als bureaus. Een beslissing van de Amerikaanse douane en een Zweedse bti ondersteunen dat een bureauframe als compleet bureau moet worden ingedeeld.
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar, vernietiging van de bti met de opdracht een nieuwe bti af te geven voor de GN-onderverdeling 9403 1051 dan wel 9403 1098 en het verzoek om terugbetaling toe te wijzen. Verder verzoekt eiseres de betaalde invoerrechten terug te betalen met inbegrip van de wettelijk verschuldigde rente en veroordeling van verweerder tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en beroep en het griffierecht.
10. Verweerder betwist dat de producten als complete bureaus kunnen worden ingedeeld, omdat het bureaublad ontbreekt. Het bureaublad is het meest essentiële kenmerk van een bureau. Verweerder verwijst daarvoor naar de indelingsverordening 2015/677. Uit de bti met het kenmerk FR-BTI-2022-02247 blijkt dat de lidstaten deze lijn ook volgen. Op dit moment zijn er geen tegenstrijdige indelingsstandpunten binnen de Europese Unie. De Zweedse bti waarnaar eiseres verwijst is inmiddels van rechtswege vervallen en kan dus niet dienen ter ondersteuning van haar standpunt.
Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

Relevante regelgeving

11. De GN-onderverdeling luidt, ten tijde van belang en voor zover hier relevant:
9401
Stoelen, banken en andere zitmeubelen (andere dan die bedoeld bij post 9402), ook indien zij tot bed kunnen worden omgevormd, alsmede delen daarvan
9402
Meubelen voor geneeskundig, voor chirurgisch, voor tandheelkundig of voor veeartsenijkundig gebruik (bijvoorbeeld operatietafels, onderzoektafels, verstelbare bedden voor klinisch gebruik, tandartsstoelen); kappersstoelen en dergelijke stoelen, met draai-, hef- en verstelinrichting; delen van voornoemde artikelen
9403
Andere meubelen en delen daarvan:
9403 10
- meubelen van metaal, van de soort gebruikt in kantoren:
- - met een hoogte van niet meer dan 80 cm:
9403 1051
- - - bureaus
- - met een hoogte van meer dan 80 cm:
9403 1098
- - - andere
9403 20
- andere meubelen van metaal
9403 30
- meubelen van hout, van de soort gebruikt in kantoren
9403 40
- meubelen van hout, van de soort gebruikt in keukens
9403 50 00
- meubelen van hout, van de soort gebruikt in slaapkamers
9403 60
- andere meubelen van hout
9403 70 00
- meubelen van kunststof
- meubelen van andere stoffen, daaronder begrepen teen, rotting, bamboe of dergelijke stoffen
- delen
9403 91 00
- - van hout
9403 99
- - andere
9403 99 10
- - - van metaal

Beoordeling door de rechtbank

12. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels. Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend (zie onder meer Hof van Justitie 26 april 2017, C-51/16, Stryker EMEA Supply Chain Services BV, ECLI:EU:C:2017:298, punten 39 en 45).
13. Indien het gaat om goederen in niet-complete, in niet-afgewerkte en/of niet-gemonteerde staat geschiedt indeling op basis van indelingsregel 2a als volgt:
De vermelding van een goed in een post heeft eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat, voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont. Deze vermelding heeft eveneens betrekking op een compleet of een afgewerkt goed of een op grond van de voorgaande volzin als zodanig aan te merken goed, indien het wordt aangeboden in gedemonteerde of in niet-gemonteerde staat.
14. De authentieke Engelstalige toelichting van de Internationale Douaneraad (GS-toelichting) op indelingsregel 2a luidt zover hier van belang:

RULE 2 (a)

(Incomplete or unfinished articles)
(I) The first part of Rule 2 (a) extends the scope of any heading which refers to a particular article to cover not only the complete article but also that article incomplete or unfinished, provided that, as presented, it has the essential character of the complete or finished article.
(…)
RULE 2 (a)
(Articles presented unassembled or disassembled)
(V) The second part of Rule 2 (a) provides that complete or finished articles presented unassembled or disassembled are to be classified in the same heading as the assembled article. When goods are so presented, it is usually for reasons such as requirements or convenience of packing, handling or transport.
(…).
15. De rechtbank stelt vast, mede op grond van de tijdens de zitting getoonde afbeeldingen en de daarbij gegeven toelichting, dat de verschillende onder 3 en 4 genoemde modellen van de producten onderling voor de indeling geen wezenlijke verschillen vertonen. Het verschil tussen de modellen zit in de kleur, het aantal motoren, het gewicht van het bureauframe en de aanbouw. Het laatste leidt tot een hoek-sta bureauframe. De rechtbank neemt daarom de omschrijving van het model [# 3] , zoals opgenomen onder overweging 5, tot uitgangspunt voor alle modellen. De rechtbank stelt vast dat de producten de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen hebben. De producten zijn in niet-gemonteerde staat verpakt in een kartonnen doos. De producten kunnen elektrisch, indien gemonteerd, in hoogte worden versteld en zijn onder andere voorzien van kabelgoten voor de elektrische bedrading ervan.
Indeling door de rechtbank als deel van een meubel
16. Tussen partijen is niet in geschil dat de producten op het moment van invoer nog niet gemonteerd zijn. Als de delen in de verpakking aan elkaar worden gemonteerd vormen deze tezamen een bureauframe. De bureauframes zijn herkenbaar als een deel van een meubel. Dit komt mede door de vorm, de verstelbare poten en de kabelgoten voor de bedradingen, wat kenmerkende elementen zijn voor elektrische bureauframes. Dit maakt dat de producten op grond van indelingsregels 1, 2a en 6 kunnen worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 9403 9910 als metalen delen van andere meubelen.
Geen indeling als compleet goed
17. De vraag is of de te assembleren onderdelen als een bureau (GN-onderverdeling 9403 1051 of GN-onderverdeling 9403 1098) kunnen worden ingedeeld, zoals eiseres voorstaat. Niet in geschil is dat de producten geen complete bureaus zijn omdat een bureaublad ontbreekt. Uit de Engelstalige toelichting op indelingsregel 2a volgt dat voorwaarde voor het indelen van niet-complete goederen als complete goederen is dat de delen (in dit geval na assemblage) het ‘essential character’ van dat complete goed moeten vertonen. Daarbij is van belang dat de complete goederen in voldoende mate herkenbaar én functioneel zijn zonder de ontbrekende onderdelen (zie de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 22 oktober 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3243). Het bureaublad maakt naar het oordeel van de rechtbank, een bureau in complete toestand functioneel. Zonder het bureaublad is het niet mogelijk om eraan te werken. Een computer of schrijfwaar kan er niet op worden geplaatst. Zonder het bureaublad missen de geassembleerde onderdelen dus het ‘essential character’ van een bureau. De producten zijn zonder bureaublad dus niet herkenbaar als bureau, maar slechts als delen daarvan (zie onder 17).
18. De rechtbank gaat, met inachtneming van de hiervoor aangehaalde uitspraak van het gerechtshof Amsterdam, ook niet mee in de stelling van eiseres dat de waarde van de producten en het aantal delen waaruit deze bestaan in verhouding tot de complete bureaus van doorslaggevend belang zijn bij het bepalen van de essentiële kenmerken van bureaus. Het betoog van eiseres dat bij de indeling van incomplete fietsen niet doorslaggevend is dat essentiële onderdelen zoals wielen of een zadel missen, betekent niet dat dit ook zo is bij de onderdelen van de bureauframes die in deze zaak voorliggen. Bijzonderheid in de postonderverdeling van meubels is dat er een aparte post bestaat voor onderdelen. Dit is bij onderdelen van fietsen niet het geval. Verder gaat de rechtbank voorbij aan de Zweedse bti en de Amerikaanse ruling die eiseres aanhaalt. De Zweedse bti is verlopen en eiseres heeft niet betwist dat (tegenwoordig) eenduidigheid binnen de Europese Unie bestaat over de indeling van bureauframes. Voor de producten is in de Europese Unie een bti aangevraagd dan wel een aangifte gedaan, zodoende vallen de producten onder de reikwijdte van de hier toepasselijke Unierechtelijke regelgeving en jurisdictie.
Slotsom
19. De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dan ook dat het niet mogelijk is om de producten in te delen als (complete) bureaus. Omdat in de GN naast ‘meubelen‘, ook ‘delen van meubelen van metaal’ als aparte GN-onderverdeling staan genoemd, dienen de producten ingedeeld te worden onder deze meer specifieke
GN-onderverdeling: 9403 9910. De indeling van verweerder is correct.

Conclusie en gevolgen

20. De rechtbank zal de beroepen ongegrond verklaren.
21. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.E.A. Chao, voorzitter, en mr. C.A. Schreuder en
mr. E.M.R. Vennekens, leden in aanwezigheid van M.A.J. Arts, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025.
griffier voorzitter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.