ECLI:NL:RBNHO:2025:11998
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige door de rechtbank Noord-Holland
Op 20 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van gezamenlijk gezag over een minderjarige. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. H. van Lingen, verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en alleen het gezag over de minderjarige uit te oefenen. De vader, die in 2019 naar het buitenland was verhuisd, had de afgelopen jaren nauwelijks contact met de minderjarige en had geen verweerschrift ingediend. Tijdens de zitting op 30 september 2025 was de vader niet aanwezig, terwijl de moeder en een tolk wel aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders in het verleden gezamenlijk gezag uitoefenden, maar dat de vader door zijn afwezigheid niet in staat was om adequaat bij te dragen aan gezagsbeslissingen. De rechtbank concludeerde dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarige was, gezien de onbereikbaarheid van de vader en het gebrek aan informatie over de minderjarige aan zijn zijde. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de moeder toegewezen en het gezamenlijk gezag beëindigd, zodat de moeder alleen het gezag over de minderjarige kan uitoefenen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.