ECLI:NL:RBNHO:2025:11998
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing alleenouderschap aan moeder
De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en het gezag aan haar alleen toe te wijzen. De vader woont sinds 2019 in het buitenland en heeft nauwelijks contact met het kind. Hij verleent geen toestemming voor belangrijke beslissingen en is moeilijk bereikbaar, waardoor gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is.
De rechtbank beoordeelt de rechtsmacht en het toepasselijke recht, waarbij wordt vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Volgens artikel 1:251a BW kan het gezag worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt tussen ouders en geen verbetering te verwachten is.
De rechtbank concludeert dat het belang van het kind vereist dat de moeder het gezag alleen uitoefent. Het gezamenlijk gezag is niet haalbaar vanwege de afwezigheid en onbereikbaarheid van de vader, wat leidt tot vertraging en belemmering van gezagsbeslissingen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad gegeven en de moeder krijgt het gezag toegewezen.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt aan de moeder alleen toegekend.