ECLI:NL:RBNHO:2025:12004
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing alleenouderschap aan moeder
De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te beëindigen en haar het alleenouderschap toe te kennen. De vader voert geen verweer en is niet verschenen op de zitting. De kinderen verblijven bij de moeder, die ook de hoofdverzorger is.
De rechtbank constateert dat het gezamenlijk gezag sinds 2020 geldt, maar dat de communicatie tussen ouders ernstig tekortschiet. De vader woont in het buitenland en houdt zich niet aan de zorgregeling, waardoor hij nauwelijks betrokken is bij het leven van de kinderen. Dit leidt tot praktische problemen bij het nemen van gezagsbeslissingen.
Op grond van artikel 1:253n BW oordeelt de rechtbank dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder het gezag alleen uitoefent. Dit voorkomt vertragingen en conflicten bij beslissingen en biedt de kinderen meer stabiliteit. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad gegeven en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het gezag over de kinderen alleen toegewezen.