In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van €10.000, vermeerderd met rente en kosten, nadat gedaagde zonder medeweten van eiser diens exclusieve schoenencollectie heeft verkocht en de opbrengst niet heeft overgemaakt. Gedaagde erkent de verkoop maar betwist het spoedeisend belang en voert een tegenvordering op grond van schade in zijn woning aan.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering voldoende aannemelijk is en dat het beroep op verrekening faalt vanwege onvoldoende onderbouwing van de tegenvordering. Het argument dat in kort geding geen bewijslevering kan plaatsvinden wordt verworpen, omdat partijen stukken kunnen overleggen ter onderbouwing.
De buitengerechtelijke incassokosten worden deels toegewezen op basis van het Rapport BGK-integraal, waarbij een bedrag van €875 wordt vastgesteld. De wettelijke rente wordt toegekend vanaf de datum van sommatie, met uitzondering van een deel vertragingsrente. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, incassokosten, rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.