De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan over de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel die op 14 maart 2025 aan de veroordeelde was opgelegd. De officier van justitie had gevorderd dat de voorwaardelijke straf alsnog wordt uitgevoerd omdat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden niet naleefde.
Uit rapportages van de William Schrikker Stichting en de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat de veroordeelde herhaaldelijk de huisregels en avondklok overtrad, onvoldoende meewerkte aan dagbesteding en coaching, en een zelfbepalende houding vertoonde. Ondanks waarschuwingen en begeleiding bleef hij te laat binnenkomen en toonde hij weinig motivatie voor behandeling.
De veroordeelde erkende enkele overtredingen maar benadrukte positieve ontwikkelingen zoals school, werk en sport. De jeugdreclassering en Raad stelden echter dat de problematiek te complex is en dat intensieve behandeling binnen de PIJ-maatregel noodzakelijk is om recidive te voorkomen.
De rechtbank concludeerde dat de voorwaarden niet zijn nageleefd, dat geen minder ingrijpend alternatief passend is, en dat tenuitvoerlegging proportioneel en subsidiar is. Daarom werd de vordering van de officier van justitie toegewezen en de PIJ-maatregel alsnog ten uitvoer gelegd.