ECLI:NL:RBNHO:2025:12074
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering wegens niet-nakoming medewerkingsplicht
Verzoeker ontving een bijstandsuitkering die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen op 6 augustus 2024 introk wegens het niet volledig verstrekken van bankafschriften, waardoor het recht op uitkering niet kon worden vastgesteld. Het college handhaafde dit besluit bij een bestreden besluit van 18 november 2024. Verzoeker stelde beroep in en verzocht op 5 september 2025 om een voorlopige voorziening, waarbij hij onder meer een betaling van € 1.000,- aan een supermarkt en vier maanden huur vorderde.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek gelijktijdig met de bodemprocedure op 26 september 2025, waarbij verzoeker niet aanwezig was. Hoewel verzoeker in een brief stelde vanaf 24 september 2025 zonder voedsel te zitten, concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak. Dit omdat verzoeker aanspraak heeft op een erfenis van € 94.000,-, waarvan hij geen nadere toelichting gaf, en er geen aanwijzingen waren dat hij zijn woning zou moeten verlaten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en zag geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.