Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:12283

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 september 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
11439403
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:224 BWArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens diefstal gehuurde apparatuur zonder verwijtbaarheid huurder

In deze civiele bodemzaak vordert eiser schadevergoeding van gedaagde wegens diefstal van gehuurde apparatuur tijdens de huurperiode. De overeenkomst tussen partijen is mondeling gesloten, en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn algemene voorwaarden van toepassing zijn.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde gehouden is de gehuurde apparatuur terug te geven, maar dat schadevergoeding alleen verschuldigd is indien het niet kunnen teruggeven toerekenbaar is aan gedaagde. Aangezien gedaagde heeft gesteld dat de diefstal plaatsvond zonder zijn verwijt, is twijfel over de toerekenbaarheid gerechtvaardigd.

Zelfs indien toerekenbaarheid zou worden aangenomen, zou alleen de dagwaarde van de apparatuur als schadevergoeding in aanmerking komen. Eiser heeft echter alleen de nieuwwaarde toegelicht, wat niet relevant is. Daarom wordt de vordering afgewezen en moet eiser de proceskosten betalen.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan verwijtbaarheid en onvoldoende schadeonderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11439403 \ CV EXPL 24-8612
Vonnis van 17 september 2025
in de zaak van
[eiser], handelend onder de naam
[bedrijf],
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: Facily LAW,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 14 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter [eiser] in de gelegenheid gesteld zijn vordering nader toe te lichten, hetgeen hij bij akte van 9 juli 2025 heeft gedaan. [gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
2.2.
[eiser] stelt dat de overeenkomst mondeling is gesloten. Dat en hoe hij aan de precontractuele (en contractuele) informatieverplichtingen heeft voldaan, heeft hij niet nader toegelicht. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat dit niet is gebeurd. Dat heeft echter geen gevolgen, gelet op het navolgende.
2.3.
Ten aanzien van de toepasselijkheid van de door hem gehanteerde algemene voorwaarden heeft [eiser] uitsluitend gesteld dat de overeenkomst mondeling is gesloten, dat [gedaagde] de apparatuur in de bedrijfsruimte heeft opgehaald en dat de algemene voorwaarden daar hangen en op internet te vinden zijn. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] bij het sluiten van de overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing heeft verklaard, zoals artikel 1 van Pro de door hem gehanteerde algemene voorwaarden ook vereist. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedaagde] deze heeft aanvaard. Daarmee kan niet worden gezegd dat de algemene voorwaarden tussen partijen van toepassing zijn en kunnen deze dus ook niet dienen als grondslag voor de vordering.
2.4.
Dat laat onverlet dat [gedaagde] gehouden was de gehuurde apparatuur aan [eiser] terug te geven. Die verplichting volgt immers uit de wet [1] . Als de huurder aan die verplichting niet kan voldoen, is hij in beginsel schadevergoeding verschuldigd. Daarvoor is wel vereist dat het niet kunnen teruggeven van de gehuurde zaak aan de huurder toerekenbaar is [2] . Als een gehuurde roerende zaak (zoals de apparatuur in kwestie) tijdens de huur wordt gestolen en de huurder valt in dit verband geen verwijt te maken, dan is het maar zeer de vraag of sprake is van toerekenbaarheid [3] . [gedaagde] heeft aangevoerd dat de apparatuur werd gestolen toen iedereen lag te slapen en dat hij daar niets van heeft gemerkt. De kantonrechter vat dit betoog op als een beroep op het ontbreken van toerekenbaarheid. [eiser] heeft niet gesteld of toegelicht dat en waarom [gedaagde] de diefstal wel kan worden verweten.
2.5.
Maar zelfs als wel zou komen vast te staan dat sprake is van toerekenbaarheid in de hiervoor bedoelde zin, geldt dat alleen de daadwerkelijk door [eiser] geleden schade zou kunnen worden toegewezen. Die schade moet gelijk worden gesteld aan de dagwaarde van de apparatuur, waarbij dus rekening is gehouden met de leeftijd en afschrijving daarvan. [eiser] heeft daarover niets gesteld. Hij heeft alleen toegelicht wat de nieuwwaarde van de apparatuur is, maar dat is hier niet aan de orde.
2.6.
De conclusie is daarom dat de vordering wordt afgewezen.
2.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- verletkosten
50,00
Totaal
50,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7:224 van Pro het Burgerlijk Wetboek
2.Artikel 6:74 van Pro het Burgerlijk Wetboek
3.HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2469