Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
gedwongentot (het plegen dan wel ondergaan van) seksuele handelingen.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het dwingen van een medebewoner tot seksuele handelingen in een GGZ-instelling te Heiloo in januari 2024. De tenlastelegging betrof het gebruik van dwang door geweld of een andere feitelijkheid om seksuele handelingen af te dwingen.
De rechtbank stelde vast dat seksuele handelingen op 12 januari 2024 hebben plaatsgevonden, maar dat de verdachte betwistte dat deze onder dwang waren. De zaak werd beoordeeld op basis van de oude zedenwetgeving, aangezien de nieuwe Wet Seksuele Misdrijven nog niet van kracht was. Er was geen bewijs van geweld of bedreiging met geweld. De vraag was of sprake was van dwang door een andere feitelijkheid.
De verklaring van het slachtoffer vermeldde een gebaar van de verdachte en een indringende blik, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende psychische druk of een bedreigende situatie opleverde die dwang kon rechtvaardigen. Daarom was dwang niet wettig en overtuigend bewezen.
De verdachte werd vrijgesproken. Daarnaast werd bepaald dat het in beslag genomen beddengoed moet worden teruggegeven aan de GGZ-instelling, de rechthebbende partij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang bij seksuele handelingen.