De rechtbank Noord-Holland behandelde op 28 oktober 2025 een verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag over drie minderjarige kinderen en een verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de verzorging en opvoeding. De moeder verzocht om een structurele zorgregeling met regelmatige omgang, inclusief doordeweeks contact, terwijl de vader een weekendregeling en een minimale bijdrage van 50 euro per maand voorstelde.
De kinderen staan sinds oktober 2024 onder toezicht van de GI, die ook de regie voert over de omgangsregeling. De rechtbank oordeelde dat ondanks communicatieproblemen tussen de ouders het gezamenlijk gezag gehandhaafd kan blijven, omdat de kinderen niet klem of verloren raken. De omgang wordt uitgebreid naar een weekendregeling van vrijdag tot zondag onder regie van de GI, met vakanties van een week in de zomer en verlengde weekenden in andere vakanties. Doordeweeks contact acht de rechtbank niet wenselijk vanwege praktische bezwaren.
De moeder wordt veroordeeld tot een minimale bijdrage van 50 euro per maand in de kosten van verzorging en opvoeding, ondanks haar uitkering en eerdere schuldaflossingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten via hoger beroep.