Uitspraak
RECHTBANK noord-holland
1.De procedure
2.Het verloop van het ISD- traject en het standpunt van de inrichting
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
wordt voortgezet.
Rechtbank Noord-Holland
De veroordeelde is in februari 2024 veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. Tijdens de tenuitvoerlegging is hij meerdere keren overgeplaatst vanwege ontwrichtend gedrag en positieve urinecontroles. Na een positieve gedragsverandering op de BPG-afdeling in P.I. Vugt is hij aangemeld voor klinische behandeling, maar wachtlijsten zorgen voor vertraging.
De raadsman verzocht om beëindiging van de maatregel of aanhouding van de beslissing vanwege de motivatie van de veroordeelde en de externe oorzaak van de wachtlijstproblematiek. De officier van justitie vorderde voortzetting gezien het recidiverisico en de resterende duur van de maatregel.
De rechtbank oordeelt dat de redenen voor oplegging nog onverminderd gelden, het recidiverisico hoog blijft zonder gestructureerde behandeling en dat de resterende duur van de maatregel voldoende is voor klinische plaatsing en afronding. Daarom wordt het verzoek tot beëindiging en aanhouding afgewezen en de ISD-maatregel voortgezet.
De rechtbank erkent de maatschappelijke problematiek van wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg en benadrukt het belang van een alternatief plan indien klinische opname niet tijdig mogelijk is. De voortgang wordt nauwgezet gevolgd via wekelijkse contacten met de kliniek en bespreking in het TBO.
Uitkomst: Verzoek tot beëindiging en aanhouding van de ISD-maatregel wordt afgewezen; maatregel wordt voortgezet.