Een werknemer met een tijdelijk contract bij Dixstone Nederland N.V. verzocht de kantonrechter om toekenning van een billijke vergoeding wegens vermeende discriminatie op grond van zwangerschap en nationaliteit, nadat haar tijdelijke arbeidsovereenkomst niet werd verlengd met een contract voor onbepaalde tijd. Tevens vorderde zij een aanzegvergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende feiten had gesteld die discriminatie konden vermoeden. De werkgever had het besluit gebaseerd op negatieve feedback over het functioneren van de werknemer, die ook tijdens haar zwangerschapsverlof was verzameld. Er was geen aanwijzing dat deze feedback was gefabriceerd of dat de werkgever de collega’s onder druk had gezet. De werkgever had bovendien tijdig schriftelijk aangezegd dat zij de arbeidsovereenkomst wilde voortzetten met een nieuw tijdelijk contract, dat de werknemer niet had geaccepteerd.
De verzoeken tot billijke vergoeding en aanzegvergoeding werden afgewezen. Ook aanvullende verzoeken zoals het verbod op negatieve referenties en vergoeding van juridische kosten werden afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad gegeven.