Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:12383

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
15/114504-23
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m SrArt. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing voortzetting ISD-maatregel na tussentijdse toetsing wegens hoog recidiverisico

De rechtbank Noord-Holland heeft op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van betrokkene, die sinds februari 2024 is opgelegd voor twee jaar. De betrokkene is meerdere malen verplaatst binnen inrichtingen, maar werkt momenteel goed mee in de PI Zutphen, waar hij therapieën volgt en verlof krijgt.

De deskundige en de inrichting adviseren voortzetting van de maatregel vanwege het hoge recidiverisico bij voortijdige beëindiging. De betrokkene maakt progressie, maar moet de resterende maanden gefaseerd uitstromen en zijn therapieën afronden om terugval te voorkomen.

De officier van justitie steunt dit standpunt en verzoekt afwijzing van het verzoek tot beëindiging. De raadsman vraagt primair om beëindiging en subsidiair om beëindiging per januari 2026, stellende dat betrokkene positief is veranderd.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting noodzakelijk is om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen en het recidiverisico te beperken. Er is geen sprake van kale detentie en de maatregel wordt voortgezet tot februari 2026, zodat betrokkene veilig kan terugkeren in de maatschappij.

Uitkomst: De rechtbank besluit de ISD-maatregel van betrokkene voort te zetten tot februari 2026 vanwege het hoge recidiverisico en het belang van gefaseerde uitstroom.

Uitspraak

RECHTBANK noord-holland

Team Straf, locatie Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/114504-23
Uitspraakdatum: 23 oktober 2025
BESLISSING ex artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv)van de rechtbank naar aanleiding van het verzoek namens de betrokkene:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum en -plaats],
feitelijk verblijvende te [adres],
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Achterhoek (hierna: PI Zutphen),
tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: de ISD-maatregel).

1.De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 14 februari 2024 waarin aan de betrokkene de ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van twee jaren;
  • het verzoekschrift van de betrokkene van 15 augustus 2025 tot een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel, ingediend door de raadsman van de betrokkene, mr. M.Q. Zaat, advocaat te Amsterdam;
  • de uitgebrachte tussentijdse ISD-rapportage van 18 september 2025, opgemaakt door [naam 1], senior casemanager ISD, verbonden aan de PI Zutphen. Deze rapportage is voor akkoord ondertekend door de vestigingsdirecteur van de PI Zutphen, [naam 2].
Op de zitting van 9 oktober 2025 zijn de gemachtigde raadsman van de betrokkene en de officier van justitie, mr. J.A. Zwinkels, gehoord.
Daarnaast is eerdergenoemde [naam 1] als deskundige ter zitting gehoord.

2.Het standpunt van de inrichting

Uit de tussentijdse ISD-rapportage van 18 september 2025 blijkt onder meer het volgende. De aan de betrokkene opgelegde ISD-maatregel is gestart op 29 februari 2024 en eindigt op 18 februari 2026. De betrokkene is, mede vanwege zijn eigen ontwrichtende gedrag, meerdere malen verplaatst van inrichting en hoewel dit niet altijd voordelig heeft uitgepakt voor zijn traject is er iedere keer invulling gegeven aan de maatregel. Sinds 20 juni 2025 verblijft de betrokkene in de PI Zutphen, waar hij goed meewerkt aan zijn ISD-maatregel. De betrokkene staat op een wachtlijst om deel te nemen aan een training COVA+. Verder volgt de betrokkene schematherapie – gericht op zijn hechtingsproblematiek en persoonlijkheidsproblematiek – en muziektherapie. De betrokkene heeft inmiddels ook een start gemaakt met zijn verlof. Na drie keer begeleid verlof zal er opgeschaald worden naar onbegeleid verlof. De streefdatum voor de extramurale fase (wonen bij zijn vriendin in Spijkenisse) is in de eerste week van januari 2026, afhankelijk van DIZ, hoe goed de therapieën van de betrokkene verlopen en zijn gedrag op de afdeling. Zo kan de betrokkene stapsgewijs naar buiten gaan en tussentijds oefenen met de handvatten die hij gekregen heeft. Het recidiverisico is hoog als het ISD-kader wegvalt. Het advies van de inrichting is om deze redenen om de ISD-maatregel voort te zetten.
Op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2025 heeft de deskundige het advies gehandhaafd en in aanvulling op de rapportage het volgende naar voren gebracht.
Een plaatsing in een kliniek is niet meer passend gelet op de resterende termijn binnen de ISD-maatregel. We zijn bezig de betrokkene gefaseerd te laten uitstromen. Het adres van zijn vriendin in Spijkenisse is geschikt om te verblijven. De verloven zijn tot dusver goed verlopen. Als de ISD-maatregel nu wordt beëindigd en de betrokkene niet gefaseerd uitstroomt, zijn de risico’s op recidive en verloedering groot. Het gaat beter ten opzichte van voorheen, maar het is van belang dat de betrokkene de laatste paar maanden nog wordt gemonitord en gefaseerd uitstroomt.

3.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is en heeft gevorderd het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af te wijzen. De betrokkene volgt sinds een aantal maanden therapieën en het is van belang dat deze de komende maanden worden afgerond en hij gefaseerd uitstroomt.

4.Het standpunt van de raadsman van de betrokkene

De raadsman van de betrokkene heeft primair verzocht de ISD-maatregel te beëindigen en subsidiair verzocht de maatregel te beëindigen vanaf januari 2026. De raadsman van de betrokkene heeft naar voren gebracht dat het ISD-traject tot nu toe roerig is verlopen en de betrokkene daarover niet te spreken is. De houding van de betrokkene is de afgelopen periode in positieve zin gewijzigd. Hij is gegroeid en wil iets positiefs maken van zijn leven. De beëindiging van de ISD-maatregel zal niet leiden tot verloedering van de maatschappij.

5.De beoordeling

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beëindiging van de recidive van de betrokkene en tot beveiliging van de maatschappij in het algemeen.
De rechtbank acht het noodzakelijk de maatregel van de betrokkene voort te zetten, zodat hij zich de resterende maanden kan richten op zijn gefaseerde uitstroom om op die manier het recidiverisico te beperken. De verloven worden langzaamaan uitgebreid en de resterende tijd in de ISD-maatregel kan nog goed worden benut om de therapieën die de betrokkene volgt af te ronden en hem tijdens zijn verloven te monitoren. De betrokkene kan in de laatste paar maanden laten zien dat hij veilig kan terugkeren in de maatschappij. Indien de ISD-maatregel nu wordt beëindigd, is – zoals de deskundige ter zitting heeft toegelicht – de kans op recidive en terugval groot. De rechtbank ziet geen aanleiding om het primaire en subsidiaire verzoek van de raadsman van de betrokkene te honoreren en leidt uit het rapport van de inrichting en het verhandelde ter zitting af dat er tot op heden invulling wordt gegeven aan de maatregel en er geen sprake is van een kale detentie.

6.De beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum en -plaats], wordt voortgezet.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.M.C. de Haan, voorzitter,
mr. I.A.M. Tel en mr. M. Rigter, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Saelens
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 oktober 2025.