Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- het betasten van de (ontblote) penis van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van en/of wrijven over de (ontblote) billen van die [slachtoffer]
- die [slachtoffer] niet laten vertrekken nadat die [slachtoffer] zei dat hij weg wilde en/of
- het vastpakken van die [slachtoffer] rond zijn borst bij zijn nek en/of
- het in de hoek duwen van die [slachtoffer] en/of
- het naar beneden trekken van de broek van die [slachtoffer].
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- die [slachtoffer] niet laten vertrekken nadat die [slachtoffer] zei dat hij weg wilde en
- het vastpakken van die [slachtoffer] bij zijn nek.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de straf
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Rotterdamse Schaal, een ordening van smartengeldenbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. Mede gelet daarop komt de rechtbank een vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 3.000,- billijk voor. De vordering zal ter zake van de immateriële schade tot dat bedrag worden toegewezen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
bewezendat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3.3 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Wijst toede vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.206,36 (drieduizend tweehonderdzes euro en zesendertig cent), bestaande uit € 203,36 als vergoeding voor de materiële en € 3.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan
[slachtoffer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer
[slachtoffer]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 3.206,36 (drieduizend tweehonderdzes euro en zesendertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024 aan de dag van de algehele voldoening.