ECLI:NL:RBNHO:2025:12437

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
11387723 \ CV EXPL 24-7755
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatie voor vertraagde vlucht en gemiste aansluitende vlucht

In deze zaak vorderde de passagier compensatie van de vervoerder, Iberia, vanwege een vertraagde vlucht die resulteerde in het missen van een aansluitende vlucht. De passagier, die met haar minderjarige kind van Amsterdam via Madrid naar Managua moest reizen, arriveerde met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming. De vervoerder erkende de vertraging, maar stelde dat de passagier voldoende overstaptijd had om de aansluitende vlucht te halen. De kantonrechter oordeelde dat de passagier onvoldoende bewijs had geleverd dat het missen van de aansluitende vlucht het gevolg was van de vertraging van de vlucht. De kantonrechter wees de vordering van de passagier af en veroordeelde haar in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor passagiers om bewijs te leveren bij claims voor compensatie onder de Europese Verordening 261/2004.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11387723 \ CV EXPL 24-7755
Uitspraakdatum: 1 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigden: [gemachtigde] en mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Iberia Lineas Aereas de Espana Sociedad Operadora (Iberia)
gevestigd te Madrid, Spanje
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. N. Bekri (De La Fuente Advocaten)
De zaak in het kort
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Zij stelt dat zij door deze vertraging een aansluitende vlucht gemist heeft en daardoor met een vertraging van meer dan drie uur op haar eindbestemming is aangekomen. De vervoerder erkent dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd maar voert aan dat de passagier ook hierna nog voldoende overstaptijd had om de aansluitende vlucht te halen. Het betoog van de vervoerder slaagt en de vordering wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte eiseres.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar en haar minderjarige kind op 19 oktober 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Madrid, Spanje, en Miami, Verenigde Staten, naar Managua, Nicaragua, met vluchtcombinatie IB3721, IB6123 en TA0393.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht IB6123 van Madrid naar Miami (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier en haar kind hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagier en haar kind zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht. Daarmee zijn zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.
2.3.
De passagier heeft het eventuele vorderingsrecht van haar minderjarige kind aan zichzelf overgedragen.
2.4.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat zij en haar kind door de vertraging van de vlucht de overstap hebben gemist en dat de vervoerder haar daarom moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder betwist dit. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder betwist dat het missen van de overstap het gevolg was van de vertraging van de vlucht. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie gepland stond om om 15.00 uur (lokale tijd) aan te komen in Miami. De aansluitende vlucht TA0393 naar Managua zou vervolgens om 17:20 uur vertrekken. Hij erkent dat de vlucht in kwestie met een vertraging van 48 minuten, om 15:48 uur is geland in Miami. Dit betekent dat de passagier een overstaptijd had van 92 minuten. De minimale overstaptijd (MCT) voor deze overstap was 90 minuten. Dit betekent dat de passagier nog voldoende tijd had om de overstap te halen. Het was dus niet aan hem te wijten dat de passagier en haar kind de aansluitende vlucht hebben gemist, aldus de vervoerder.
4.3.
De passagier voert, onder verwijzing naar gegevens van ‘Flightradar’, aan dat het toestel om 15:47 uur nog in beweging was. De deuren van het toestel kunnen niet worden geopend als het toestel in beweging is. Daarom is het volgens haar niet mogelijk dat het toestel om 15:48 uur aan de gate stond en de deuren had geopend. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat het toestel om 15:48 uur bij hem is geregistreerd als ‘
Blocks on’. Dat is het moment waarop het toestel volledig tot stilstand is gekomen bij de gate of parkeerplaats op de luchthaven. Ter onderbouwing verwijst hij naar interne gegevens.
4.4.
Volgens de passagier is echter niet bepalend is op welk moment het vliegtuig ‘
blocks on’ was, maar op welk moment de deuren van het vliegtuig geopend waren en zij het vliegtuig kon verlaten. De vervoerder heeft niet toegelicht op welk moment de deuren open gingen. Volgens de passagier betekent de door de vervoerder genoemde ‘block on’-tijd dat zij nooit tijdig het vliegtuig heeft kunnen verlaten.
4.5.
Vast staat dat de vlucht in kwestie met minder dan drie uur vertraging is uitgevoerd. Eveneens staat vast dat de passagier en haar kind de aansluitende vlucht hebben gemist en zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Daarom rustte op de passagier de last te bewijzen dat het missen van de aansluitende vlucht het gevolg was van de vertraging van de vlucht in kwestie. De passagier doet immers een beroep op de gevolgen hiervan (een plicht tot compensatie van de vervoerder) en de vervoerder heeft dit gemotiveerd betwist. [2]
4.6.
De passagier wijst er terecht op dat volgens de rechtspraak van het Hof de tijd waarop ten minste een vliegtuigdeur opent als aankomsttijd moet worden gezien. [3] Naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij echter onvoldoende onderbouwd dat dit moment later was dan de door de vervoerder genoemde ‘blocks on’-tijd en dat zij daardoor onvoldoende tijd overhield om de overstap te halen. Het had, vanwege de betwisting door de vervoerder, op haar weg gelegen om aan te tonen dat het niet mogelijk is dat de deuren binnen twee minuten van de ‘blocks on’-tijd open gingen. De enkele stelling dat dit nooit zou kunnen is daarvoor onvoldoende. Daarom staat niet vast dat de passagier en haar kind niet genoeg overstaptijd hadden en dat de langdurige vertraging op de eindbestemming het gevolg was van de vertraging van de vlucht in kwestie. Van de passagier mocht worden verwacht dat zij de aansluiting probeerde te halen en zich zo snel mogelijk naar de gate begaf om de aansluitende vlucht te halen. Daarom zal de vordering worden afgewezen.
4.7.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.
2.Artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
3.HvJEU 4 september 2014, C-452/13, ECLI:EU:C:2014:2141.