ECLI:NL:RBNHO:2025:1245
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling woonkosten tussen voormalige partners na beëindiging huurwoning
Partijen hadden een affectieve relatie en huurden samen een woning vanaf september 2020. Na beëindiging van hun relatie in 2023 werd de woning toegewezen aan eiser en moest gedaagde ontruimen. Eiser vordert betaling van woonkosten die zij heeft voorgeschoten over de periode mei tot en met oktober 2023, omdat gedaagde het woongenot had maar niet betaalde.
Gedaagde voert verweer dat eiser ook in de woning verbleef en dat er afspraken waren over kostenverdeling. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking omdat de woonkosten gebaseerd zijn op een afspraak tussen partijen om de vaste lasten te delen. Eiser heeft haar deel betaald en gedaagde heeft een deel betaald, maar er resteert nog een bedrag.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van € 2.116,31 inclusief incassokosten en rente over het nog openstaande bedrag vanaf 7 mei 2024. Proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.116,31 inclusief rente en incassokosten, proceskosten worden gecompenseerd.