Op 15 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een beschikking gegeven in een zaak betreffende de verlenging van een zorgmachtiging voor een persoon met een psychische stoornis. De officier van justitie had op 26 september 2025 een verzoekschrift ingediend voor het verlenen van een zorgmachtiging op basis van artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De mondelinge behandeling vond plaats op 15 oktober 2025, waarbij de rechtbank de betrokkene en zijn advocaat, mr. P. Figge, heeft gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, met name een psychotische kwetsbaarheid en een stoornis in het cannabisgebruik. Er is sprake van ernstige verwaarlozing en een bedreiging van de algemene veiligheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat de zorgmachtiging voor een periode van twaalf maanden moet worden verleend, ondanks het verzoek van de betrokkene om een kortere duur. De rechtbank heeft verschillende vormen van verplichte zorg goedgekeurd, waaronder het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid.
De rechtbank concludeert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde verplichte zorg evenredig en effectief is. De zorgmachtiging is verleend tot en met 15 oktober 2026. De beschikking is openbaar uitgesproken door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van griffier M.T. Perukel.