4.1.[verweerder] verzoekt de kantonrechter om:
A:
I. primair: het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet-ontvankelijk te verklaren en zo mogelijk bemiddeling toe te passen;
II. subsidiair: het verzoek tot ontbinding af te wijzen;
III. meer subsidiair: de arbeidsovereenkomst niet eerder te ontbinden dan met inachtneming van een redelijke periode van herstel van negen maanden, althans per 15 maart 2026 of 22 januari 2026, onder toekenning van een bedrag aan [verweerder] ten laste van de gemeente van € 149.446,04
(bestaande uit het achterstallig salaris van januari tot en met juli 2025 van € 29.731,04, de wettelijke verhoging daarover van € 14.865,52, een transitievergoeding van € 20.742,19, een billijke vergoeding van € 76.115,27 en € 7.992,02 ter compensatie van pensioennadeel),
- te vermeerderen met een met 50% verhoogde transitievergoeding in geval van ontbinding op de i-grond;
- te vermeerderen met toekomstige aanspraken vanaf 1 augustus 2025 wegens salaris c.q. ziekengeld en bijbehorende emolumenten, zoals IKB budget en een nader vast te stellen bedrag wegens compensatie van pensioennadeel;
- te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking en (voor het geval voldoening niet binnen die termijn plaatsvindt) te vermeerderen met de wettelijke rente;
IV. alsmede primair een vergoeding aan [verweerder] toe te kennen ten laste van de gemeente van € 27.678,75 ter vergoeding van kosten rechtsbijstand en subsidiair de gemeente te veroordelen in de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking (met de wettelijke rente);
B (als tegenverzoeken, zelfstandig of ter aanvulling van wat de kantonrechter heeft beslist op basis van het verzochte onder A):
I. de gemeente te veroordelen tot betaling aan [verweerder] van:
a. het volledige bedrag aan salaris en emolumenten c.q. loon ingeval van ziekte, over de periode van 1 januari 2025 tot aan datum beschikking wegens te weinig voldaan c.q. ingehouden brutoloon over de periode van januari 2025 tot en met augustus 2025;
b. de wettelijke verhoging van 50%over het onder a verzochte;
c. de wettelijke rente over de som van die bedragen;
d. het toekomstige salaris met emolumenten c.q. loon in geval van ziekte vanaf datum beschikking tot aan datum einde dienstverband;
e. de niet genoten vakantiedagen (zowel regulier als extra gekocht) en het bedrag van niet bestede IKB bij einde dienstverband;
f. primair: de kosten van rechtsbijstand van € 27.678,75, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking (met de wettelijke rente);
g. subsidiair: de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de beschikking (met de wettelijke rente);
h. een en ander zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.